Iemand zegt het bijna terloops. “Ik ben sterk rechterhersenhelft georiënteerd — het grote plaatje, de grote lijnen.” Het klinkt vanzelfsprekend. De kunstenaar leeft rechts, de boekhouder links. Iedereen kent het beeld, bijna niemand vraagt of het klopt.
Het klopt niet. En dat heeft gevolgen voor wat we over onszelf geloven.
Waar het beeld vandaan komt
Het idee heeft een echte kern. Sommige functies zijn inderdaad gelateraliseerd — ze leunen sterker op één hersenhelft. Taal zit bij de meeste mensen links, aandacht meer rechts.1 De linkerhersenhelft stuurt de rechterkant van het lichaam aan en omgekeerd. Lateralisatie bestaat dus echt.
Van daaruit was de stap naar persoonlijkheid klein, en verleidelijk. Als taal en logica links zitten, dan zit logisch denken toch links? En als de rechterhelft ruimtelijk en intuïtief werkt, dan huist daar de creativiteit? De redenering loopt soepel. Ze klopt alleen niet.
Onderzoekers vermoeden dat juist die echte asymmetrieën — taal, ruimtelijk inzicht, handvoorkeur — de mythe hebben gevoed dat ook denkstijl en karakter aan één helft vastzitten.2 Een halve waarheid is hardnekkiger dan een hele leugen.
Wat het onderzoek liet zien
In 2013 nam een team van de University of Utah het idee serieus en testte het rechtstreeks. Ze scanden de hersenen van 1.011 mensen tussen zeven en negenentwintig jaar, met een techniek die rustnetwerken in beeld brengt.3 De vraag was simpel: gebruiken sommige mensen hun linkerhelft als geheel sterker, en andere hun rechter?
Ze hakten de hersenen op in zevenduizend gebieden en telden per gebied de verbindingen die links- of rechts-gelateraliseerd waren.4 Wat ze zochten was een patroon — een mens die over de hele linie naar één kant overhelt.
Dat patroon was er niet. Er waren wel lokale knooppunten die bij bepaalde taken sterker aan één kant lagen. Maar niemand bleek een globale “linkerbrein-mens” of “rechterbrein-mens”.5 Lateralisatie is een lokaal verschijnsel, geen eigenschap van het hele brein. De hoofdauteur vatte het droog samen: bepaalde functies zitten echt links of rechts, maar mensen hebben geen sterker links- of rechtsnetwerk.6
De twee helften werken trouwens niet apart. Talloze netwerken lopen dwars over beide hemisferen heen, en samen produceren ze één bewustzijn.7
Waarom het toch zo nuttig voelt
En hier wordt het interessant. Want de persoon die zegt “ik denk in grote lijnen, ik struikel over details” beschrijft iets dat echt bestaat. Mensen verschillen in denkstijl. De een zoekt het geheel, de ander de precisie. Die ervaring is geen verzinsel.
Alleen de verklaring klopt niet. Het verschil zit niet in een dominante hersenhelft — creatief én analytisch denken vragen allebei het hele brein.8 De hemisfeer-taal is een metafoor die over de waarheid heen is gelegd. Ze geeft een naam aan een echt patroon, en juist daarom blijft ze plakken.
Dat is ook waarom het zo’n bruikbaar instrument lijkt in een conflict. “Jij bent links, ik ben rechts, daarom begrijpen we elkaar verkeerd” — het verklaart de wrijving en haalt tegelijk de angel eruit. Niemand heeft schuld; het zit nu eenmaal in het hoofd. Een geruststellend verhaal. Maar de geruststelling rust op een bodem die er niet is.
Een betere taal voor hetzelfde verschil
Het inzicht zelf hoeft niet overboord. Dat sommige mensen het geheel zoeken en andere de details, dat botsende denkstijlen miscommunicatie veroorzaken, dat doorvragen vaak een andere logica blootlegt in plaats van onwil — dat is waardevol en grotendeels juist.
Het hoeft alleen niet aan een hersenhelft te hangen. Je kunt zeggen: ik denk graag in grote lijnen, ik raak details soms kwijt, en ik merk dat mensen die op precisie sturen daarover struikelen. Dat is preciezer dan de hemisfeer-metafoor, en het heeft een voordeel dat de mythe mist. Het laat ruimte voor verandering. Wie “rechtsbreinig” is, is dat van nature en blijft het. Wie een denkstijl heeft, kan eraan schaven — precies het groeien dat de persoon zelf benoemt.
Slot
De mythe overleeft omdat ze klopt op het niveau dat we voelen en faalt op het niveau dat we niet zien. We merken het verschil tussen mensen die in lijnen denken en mensen die in details denken. Dat verschil is echt. De twee bolletjes in ons hoofd, het ene logisch en het andere artistiek, zijn dat niet. Het brein verdeelt het werk fijner dan dat — verbinding voor verbinding, niet helft tegen helft.
Voetnoten
- Anderson e.a. (2013), University of Utah; samengevat door McKay, S. — taal overwegend links, aandacht meer rechts. ↩
- McKay, S., The creative-right vs analytical-left brain myth: debunked!, drsarahmckay.com. ↩
- Nielsen, J., Anderson, J. e.a. (2013), An Evaluation of the Left-Brain vs. Right-Brain Hypothesis with Resting State Functional Connectivity MRI, PLOS ONE; 1.011 deelnemers, 7–29 jaar. ↩
- University of Utah Health, persbericht 2013, Researchers Debunk Myth of “Right-brain” and “Left-brain” Personality Traits. ↩
- Idem; lokale knooppunten zonder globaal hemisferisch overwicht. ↩
- Jeff Anderson, M.D., Ph.D., hoofdauteur, geciteerd in University of Utah Health persbericht (2013). ↩
- Novella, S., Left Brain – Right Brain Myth, Science-Based Medicine. ↩
- Left- vs. Right-Brained: Why the Brain Laterality Myth Persists, Biomedical Odyssey, Johns Hopkins. ↩
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
