Tweede deel van een tweeluik. In het eerste deel legde ik vooraf vast wat ik zou doen en wat ik verwachtte. Hier volgt de afrekening.
De eerste keer ging ik pas toen er een kies afbrak. Jarenlang meed ik de tandarts, tot er geen keus meer was. De tweede keer, een paar jaar geleden, was een wortelkanaalbehandeling. De verhalen die daarover de ronde doen, hadden me vooraf flink bang gemaakt. Het viel mee, en sindsdien vertrouw ik de tandarts op zijn kunde. De derde keer was afgelopen woensdag, voor een kies die nergens last van gaf.
Het duurde ongeveer een kwartier, ondanks lange wortels. Drie bezoeken, drie redenen om te gaan: pijn, noodzaak, en nu een röntgenfoto.
Vier, zes, zeven, vier
Mijn spanning op een schaal van nul tot tien: een 4 de avond ervoor, een 6 in de wachtkamer, een 7 bij de verdovingsprik en een 4 daarna. Die cijfers gaf ik dezelfde dag, achteraf, niet op het moment zelf. Dat maakt ze minder betrouwbaar dan ik zou willen, en dat hoort erbij gezegd.
De voorspelling was dat de spanning in de wachtkamer zou pieken en niet in de stoel. Dat klopte half. De wachtkamer kwam dichtbij, maar de piek lag bij de prik. Daar zit een ironie in. Het eerste deel citeerde een studie over precies dat moment: hoe één zin vooraf de pijn van een verdovingsprik meekleurt.1 Mijn plan sloeg de prik vervolgens over. Ik had een label klaar voor de druk en het gekraak van de extractie. Voor de naald had ik niets.
Wat wel werkte, zat in de momenten eromheen. In de wachtkamer ontspande ik telkens als ik de spanning voelde opkomen, en dan zakte die. Na de prik, in de minuten waarin de verdoving moest inwerken, lukte het opnieuw. Op de piek zelf niet. Dat past bij hoe toegepaste ontspanning bedoeld is: je grijpt in bij de eerste tekenen van spanning, niet op het hoogtepunt.2 Ontspanning remt een golf in de opbouw. Een golf die al breekt, houdt ze niet tegen.
Het gekraak dat niet kwam
De belangrijkste voorspelling had twee helften. Druk zou betekenen dat het werkt, gekraak dat het bijna klaar was. De druk kwam. Ik voelde mijn kaak op en neer gaan terwijl de tandarts de kies losmaakte, en dat leverde geen alarm op. Die helft van het label hield stand.
Gekraak heb ik niet gehoord. Die helft kreeg dus geen kans om te verliezen, en dat telt niet als winst. Een test die niet plaatsvindt, is geen geslaagde test.
Het oude signaal won
In het eerste deel beschreef ik een nieuw rustsignaal: duim en wijsvinger zacht tegen elkaar, met een lange uitademing. In de stoel gebruikte ik het niet. Ik deed wat ik altijd doe als ik in hypnose ga, en zei in mezelf: dieper en dieper.
Achteraf is dat logisch. Een signaal dat je in drie dagen aanleert, moet nog bewijzen dat het onder spanning overeind blijft. Een signaal met jaren herhaling erachter heeft dat al gedaan. Toegepaste ontspanning werkt pas betrouwbaar op signaal na veel oefening, en ik had die oefening al, alleen onder een andere naam. Wie dit zonder hypnose-ervaring wil nadoen, kan daaruit één praktische les trekken: begin eerder dan drie dagen van tevoren.
Meer gedaan dan beloofd
Ik heb meer gedaan dan ik in het eerste deel aankondigde. De dagen ervoor doorliep ik de behandeling in gedachten, met de druk en het gekraak erin, zoals afgesproken. De dag ervoor voegde ik daar de goede afloop aan toe: de kies die er makkelijk uit komt. En ik heb afscheid genomen van de kies.
Die volgorde is beter onderbouwd dan ik vooraf wist. Pham en Taylor lieten studenten in de week voor een tentamen dagelijks het studeerproces visualiseren, de gewenste uitkomst, of allebei. Wie het proces voor zich zag, scoorde hoger dan wie alleen de uitkomst visualiseerde, en procesvisualisatie verminderde de spanning, sterker nog wanneer de uitkomst erbij kwam.3 De overstap naar mijn situatie is wel groot. Die studenten moesten studeren. Ik hoefde alleen stil te liggen.
Dan het afscheid. Een kies die al geen werk meer deed, kreeg een moment van aandacht. Dat zegt meer over mij dan over de kies. Psychologisch is het minder vreemd dan het klinkt: rituelen helpen emoties te reguleren, onder meer doordat ze een vaste vorm geven aan een moment dat zich slecht laat beheersen.4 Of mijn afscheid aan de lage spanning heeft bijgedragen, weet ik niet.
Daar zit het probleem. Ik draaide vijf of zes ingrediënten tegelijk: procesvisualisatie, uitkomstvisualisatie, een ritueel, een oud signaal, ademhaling, en een tandarts die zijn vak verstaat. Het pakket werkte. Welk onderdeel deed wat, valt niet te zeggen. Zo gaat het in de praktijk bijna altijd: iedereen doet meer dan het protocol voorschrijft, en juist daardoor zegt de praktijk zo weinig over het protocol.
Wat ik niet mag concluderen
Drie uitkomsten zien eruit als bewijs. Geen ervan is het.
De eerste is de makkelijke extractie. Ik visualiseerde een kies die er makkelijk uit kwam, en de kies kwam er makkelijk uit. Dat is de kunde van de tandarts en de anatomie van mijn kaak. De redenering “ik stelde me het voor, en het gebeurde” is precies de redenering waar deze site voor waarschuwt: dat iets werkt, bewijst nog niet waarom het werkt.
De tweede is de lage spanning. Daar is een sterke tweede verklaring voor, en die stond in de opening. Die wortelkanaalbehandeling die meeviel, is wat Bandura een mastery experience noemt: zelf meemaken dat iets lukt waarvan je dacht dat het niet zou lukken. Hij rekent dat tot de sterkste bron van vertrouwen in je eigen kunnen, sterker dan geruststelling van anderen.5 Ik begon woensdag niet op nul.
De derde is de pijnstilling. Ik heb geen paracetamol nodig gehad. De spierpijn in mijn kaak die ik verwachtte, was er de eerste nacht en daarna niet meer. Bij eerdere extracties had ik dagenlang last en slikte ik wel pijnstillers. Dat klopt met wat Enqvist en Fischer vonden: minder pijnstilling na voorbereiding met hypnose.6 Maar het waren andere kiezen, in andere jaren. Deze ontsteking was chronisch en liep al af via de fistel, en een vlotte extractie richt vermoedelijk minder schade aan het omliggende weefsel aan. In het eerste deel noemde ik pijnstilling de zwakste maat. Daar houd ik me aan, juist nu de uitkomst me goed uitkomt.
Het viel mee. Ik weet nog steeds niet waarom. Wel dat ik het van tevoren had opgeschreven, en dat een van mijn voorspellingen ernaast zat. Dat laatste is het enige wat dit experiment werkelijk laat zien: dat het had kunnen verliezen.
Bronnen
- Varelmann, D., Pancaro, C., Cappiello, E. C., & Camann, W. R. (2010). Nocebo-induced hyperalgesia during local anesthetic injection. Anesthesia & Analgesia, 110(3), 868–870. https://doi.org/10.1213/ANE.0b013e3181cc5727 ↩
- Öst, L.-G. (1987). Applied relaxation: Description of a coping technique and review of controlled studies. Behaviour Research and Therapy, 25(5), 397–409. https://doi.org/10.1016/0005-7967(87)90017-9 ↩
- Pham, L. B., & Taylor, S. E. (1999). From thought to action: Effects of process- versus outcome-based mental simulations on performance. Personality and Social Psychology Bulletin, 25(2), 250–260. https://doi.org/10.1177/0146167299025002010 ↩
- Hobson, N. M., Schroeder, J., Risen, J. L., Xygalatas, D., & Inzlicht, M. (2018). The psychology of rituals: An integrative review and process-based framework. Personality and Social Psychology Review, 22(3), 260–284. https://doi.org/10.1177/1088868317734944 ↩
- Bandura, A. (1997). Self-efficacy: The exercise of control. W. H. Freeman. ↩
- Enqvist, B., & Fischer, K. (1997). Preoperative hypnotic techniques reduce consumption of analgesics after surgical removal of third mandibular molars: A brief communication. International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, 45(2), 102–108. https://doi.org/10.1080/00207149708416112 ↩
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
