Op mijn vorige artikel over de amygdala kreeg ik de terechte opmerking: je leunt sterk op Joseph LeDoux, maar er is een ander kamp. Dat klopt. En het hoofd van dat andere kamp heet Jaak Panksepp.
Panksepp, een Ests-Amerikaanse neurowetenschapper die in 2017 overleed, bracht zijn carrière door met het stimuleren en lesioneren (gericht beschadigen) van hersengebieden bij ratten en het zorgvuldig observeren wat de dieren vervolgens deden. Daaruit kwam zijn meest invloedrijke claim: zoogdieren delen zeven elementaire emotiesystemen, ieder met een eigen neurochemie. Hij schreef ze met hoofdletters om het verschil met menselijk taalgebruik te markeren — SEEKING, RAGE, FEAR, LUST, CARE, PANIC en PLAY1.
Voor het onderwerp van het vorige artikel zijn vooral FEAR en PANIC interessant. Want Panksepp scheidde ze. Wat hij FEAR noemde is het klassieke bevriezen-vechten-vluchten systeem, met de amygdala als knooppunt. Wat hij PANIC noemde is iets heel anders: het verdrietsysteem dat geactiveerd wordt door scheiding en sociaal verlies. Het loopt via opioïde- en oxytocinecircuits, niet via de amygdala2. Twee verschillende systemen, twee verschillende soorten ellende. Wie ze door elkaar haalt ,en dat gebeurt voortdurend, ook in trauma-content, verklaart het verkeerde mechanisme.
Tot zover de overeenstemming met LeDoux: ja, er zijn meerdere circuits, ja, de amygdala is niet de enige speler. Maar dan begint de ruzie.
LeDoux houdt vol dat we niet kunnen weten of een rat voelt dat hij bang is. Wat we zien zijn defensieve responsen — daar mogen we onderzoek naar doen, maar het bewuste gevoel van angst is een aparte vraag die alleen bij mensen via verbaal zelfrapport beantwoord kan worden. Panksepp vond dat onzin. Als je een rat een elektrode in een bepaald hersengebied geeft en hij werkt actief om die stimulatie uit te zetten, dan ervaart hij iets onaangenaams — niet alleen mechanisch, ook subjectief3. De zeven systemen zijn voor Panksepp niet alleen circuits maar ook gevoelens, gedeeld over alle zoogdieren heen.
Wie heeft gelijk? Het eerlijke antwoord is dat het onbeslist is, en waarschijnlijk niet volledig empirisch te beslissen valt. Het hangt af van wat je onder bewustzijn verstaat, en hoeveel je bereid bent te extrapoleren van gedrag naar ervaring. Lisa Feldman Barrett, een derde stem in dit debat, gaat nog een stap verder dan LeDoux en denkt dat emoties zelfs bij mensen geconstrueerd zijn — geen aangeboren circuits, maar interpretaties4.
Voor de praktijk verandert er door deze controverse minder dan je zou denken. Of een rat nu écht bang is of slechts bang-doet, beide kampen zijn het erover eens dat de circuits bestaan, dat ze bij mensen meedoen, en dat ze niet immuun zijn voor invloed van bovenaf. Voor wie met angst werkt in een therapeutische context is dat het bruikbare deel. De rest is goed gevoerde filosofie, en dat is ook iets waard.
Dat ik in het vorige stuk LeDoux liet leiden, was geen keuze tegen Panksepp. Het was een keuze voor de scherpste tegenstem tegen het zelfhulpcliché. LeDoux was die zelfhulpvertelling — hij heeft hem zelf decennia geleden mee opgebouwd — en hij is teruggekomen op zijn eigen woorden. Dat heeft een retorisch gewicht dat Panksepp, hoe respectabel ook, in deze specifieke discussie niet heeft.
Maar Panksepp blijft staan. En zijn onderscheid tussen FEAR en PANIC verdient meer aandacht dan het krijg. Zeker in een trauma-veld dat de twee systematisch verwart.
Voetnoten
- Panksepp, J. (1998). Affective Neuroscience: The Foundations of Human and Animal Emotions. Oxford University Press. ↩
- Panksepp, J., & Biven, L. (2012). The Archaeology of Mind: Neuroevolutionary Origins of Human Emotion. Norton. ↩
- Panksepp, J. (2005). Affective consciousness: Core emotional feelings in animals and humans. Consciousness and Cognition, 14(1), 30–80. ↩
- Barrett, L. F. (2017). How Emotions Are Made: The Secret Life of the Brain. Houghton Mifflin Harcourt. ↩
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
