Gaat VR de hypnose vervangen? Een nuchtere blik vanuit het veld

Een Nederlandse hypnose-collega plaatste onlangs op LinkedIn de prikkelende vraag of Virtual Reality de kracht van hypnose en hypnotherapie gaat vervangen. Het antwoord dat ze zelf gaf was geruststellend voor de beroepsgroep: nee, want de bril kan leeg zijn, een software-update kan dwars zitten, en menselijk woord is altijd beschikbaar. Een andere collega ging een stap verder en stelde dat VR “afstand creëert in plaats van verbinding”. Beide stukken hadden iets gemeen: een link naar een opleiding.

Hoog tijd voor een eerlijker gesprek.

Waar het debat in feite over gaat

Laten we eerst de vraag zelf onder de loep nemen. “Gaat VR hypnose vervangen?” is een vraag waar elke hypnotherapeut die zijn opleiding nog moet terugverdienen, vrijwel zeker met “nee” op zal antwoorden. Dat is geen verwijt, het is gewoon hoe het werkt. Wij zien onze eigen praktijk als een ambacht dat niet zomaar te automatiseren is.

Maar dat is niet de juiste vraag. De juiste vraag is: wanneer werkt wat het beste, voor wie, en waarom?

Pas dan blijkt dat het hele frame “mens versus machine” een valse tegenstelling is. In de ziekenhuizen waar VR het langst en serieust onderzocht wordt — Seattle, Luik, Montréal — wordt de techniek juist niet ingezet als vervanging van menselijke zorg, maar als hulpmiddel binnen die zorg. Verpleegkundigen en artsen zetten de bril op, begeleiden de patiënt, blijven aanspreekbaar. Niemand wordt aan een apparaat overgeleverd.

Wat het onderzoek wél laat zien

Voor wie de discussie inhoudelijk wil voeren, een paar feiten.

SnowWorld is de bekendste VR-toepassing voor pijnbestrijding, ontwikkeld door Hunter Hoffman en David Patterson aan de University of Washington. Brandwondenpatiënten zien tijdens hun wondverzorging een ijslandschap waarin ze sneeuwballen kunnen gooien naar pinguïns en mammoeten. Het effect: brandwondenpatiënten ervoeren 35 tot 50 procent minder pijn tijdens VR-immersie, vergelijkbaar met de reductie door een gemiddelde dosis opioïden. Hersenscans bevestigen dat: ongeveer de helft minder pijn-gerelateerde hersenactiviteit tijdens VR-gebruik.

Dat is geen kattenpis. Voor patiënten die kreunen onder een wondbehandeling waarbij dode huid wordt verwijderd, is dit serieuze pijnreductie.

Maar — en dit is belangrijk — VR is niet altijd een wondermiddel. Een gerandomiseerde studie uit 2022 onder 153 traumapatiënten in een ziekenhuis vond geen significante verschillen tussen de experimentele en controle-condities op welke uitkomstmaat dan ook. De onderzoekers schreven openlijk dat het ging om een vroege versie van de techniek en dat ze veel hadden geleerd over implementatie-uitdagingen. Een driearmige trial bij orthopedische operaties uit 2024 vond eveneens geen significante effecten van VR-hypnose op pijn, angst of slaapkwaliteit. Dat zegt iets: VR werkt niet automatisch, en zeker niet in elke setting.

Bij de combinatie van VR en hypnose is het beeld voorzichtig positief, maar bescheiden. Onderzoek uit Luik laat zien dat immersieve VR-hypnose bij koude-geïnduceerde pijn de pijn vermindert en het autonome zenuwstelsel beïnvloedt. Een Belgische trial bij chronische pijnpatiënten die radiofrequentie-behandeling kregen, vond geen statistisch significant verschil tussen VR-hypnose en gewone zorg — maar wel hoge patiënttevredenheid. Een vroege casestudy over chronische neuropathische pijn rapporteerde dat over zes maanden VR-hypnose de pijnscores voor intensiteit en onaangenaamheid gemiddeld met respectievelijk 36% en 33% daalden, gemeten over 33 sessies.

Het eerlijke verhaal: de bewijslast is gemengd, de effecten zijn niet eenduidig, maar bij specifieke toepassingen — vooral acute procedurele pijn en angst — is er reden tot optimisme.

De zwakke argumenten tegen VR

Terug naar de LinkedIn-stukken. De argumenten die werden aangevoerd tegen VR zijn niet onwaar, maar wel selectief.

“De bril kan leeg zijn.” Klopt. En een hypnotherapeut kan ziek thuis zitten, een wachtlijst hebben van drie maanden, of net pauze hebben op het moment dat een patiënt een pijnpiek heeft. Een VR-bril die op de afdeling klaarligt en door een opgeleide verpleegkundige bediend wordt, is dan beschikbaarder dan een gespecialiseerde hypnotherapeut. Beschikbaarheid is geen argument dat één kant op werkt.

“VR creëert afstand in plaats van verbinding.” Dit is misschien wel het opmerkelijkste argument, omdat het precies tegenovergesteld is aan wat patiënten zelf rapporteren. In de praktijk wordt VR vaak ingezet juist door verpleegkundigen die naast het bed staan, een hand vasthouden, en de patiënt door de ervaring heen begeleiden. Dat is verbinding. Wie afstand in technologie ziet, projecteert misschien iets eigens.

“Menselijk woord is altijd beschikbaar.” Alleen als er een geschoold mens beschikbaar is die dat woord beheerst. En daar zit precies het knelpunt in de meeste klinieken: te weinig opgeleide hypnose-professionals voor te veel patiënten. Schaalbaarheid is geen vies woord.

Wat in de stukken niet werd genoemd: bij een goed protocol kan VR worden ingezet door personeel met minder uitgebreide hypnose-training, waardoor effectieve angst- en pijnbestrijding bij véél meer patiënten beschikbaar wordt. Dat is geen bedreiging voor het vak — dat is een uitbreiding van het bereik.

De aphantasia-hoek

En dan is er een groep waar in deze discussie nooit over gepraat wordt: mensen met aphantasia.

Aphantasia is het verschijnsel dat iemand geen of nauwelijks mentale beelden kan oproepen. Vraag deze mensen om “zich een strand voor te stellen” en ze zien… niets. Geen vaag plaatje, geen beweging, geen kleur. Schattingen variëren, maar 1 tot 4% van de bevolking heeft dit in sterke mate.

Voor de klassieke hypnose is dit een uitdaging, want veel inducties leunen op visualisatie. Zoals de aphantasia-gemeenschap zelf schrijft: het is gangbare praktijk dat hypnotherapeuten cliënten vragen zichzelf op een strand te zien, door een bos te lopen, of hun jongere of toekomstige zelf te visualiseren — precies de dingen waar mensen met aphantasia moeite mee hebben.

Goede hypnotherapeuten weten dit en werken met andere zintuigen — gevoel, geluid, lichaamssensatie. Hypnose werkt prima zonder beelden, mits de therapeut de tools heeft. Maar in de praktijk blijven veel scripts vasthouden aan visuele taal.

Hier kan VR juist een uitkomst zijn. Iemand die niet zelf kan visualiseren, hoeft dat niet meer te doen: het beeld wordt aangereikt. De rust van een bos, de weidsheid van een berglandschap, het golvende ritme van de zee — het is er al, en de cliënt hoeft alleen nog te ervaren. Voor deze groep is VR geen vervanging maar een ingang die voorheen vrijwel ontoegankelijk was.

Recent onderzoek suggereert overigens dat aphantasie en hypnotiseerbaarheid maar zwak met elkaar samenhangen — mensen met aphantasia zijn vaak prima vatbaar voor hypnose. Het probleem zit niet in hun brein, het zit in het type interventie dat traditioneel wordt aangeboden. VR breidt het palet uit.

Wat dit voor het vak betekent

Mijn voorspelling: VR zal hypnose niet vervangen. Maar de hypnotherapeut die VR negeert, zal binnen tien jaar achterlopen op collega’s die de combinatie omarmen.

Een paar concrete toepassingen waarvan ik denk dat ze gaan groeien:

In het ziekenhuis bij procedurele pijn en angst — wondverzorging, prikken, kleine ingrepen, MRI-onderzoeken bij claustrofobische patiënten. Daar is VR vaak praktischer dan een hypnotherapeut inschakelen.

In de hypnotherapie-praktijk als verdieping van inducties bij cliënten die moeilijk in trance komen, of bij cliënten met aphantasia. De combinatie van een vertrouwde stem en een aangereikte omgeving kan diepere immersie geven dan elk afzonderlijk.

Bij angststoornissen en fobieën via gecontroleerde exposure in een veilige virtuele omgeving — een toepassing waar VR sowieso al zijn meerwaarde heeft bewezen.

In de zelfzorg waar mensen tussen sessies door hun “veilige plek” kunnen bezoeken, eventueel met een ingebouwd hypnose-audio.

Tot slot: waar de hypnose-community zelf bij gebaat is

Wat me stoort aan veel van de huidige discussie is dat het frame defensief is. Gaat VR ons vervangen? Het is de vraag van iemand die zich bedreigd voelt. De interessantere vraag is: hoe kunnen we VR inzetten zodat onze cliënten en patiënten beter geholpen worden dan met onze huidige tools alleen?

En daar zit een breder punt achter. De hypnose-community heeft historisch te kampen gehad met scepsis vanuit de medische en wetenschappelijke wereld — soms terecht, soms onterecht. Wat ons heeft geholpen om die scepsis te verkleinen, is niet defensieve retoriek, maar degelijk onderzoek en open gesprek. Mensen als Faymonville in Luik hebben hypnose op de operatietafel gebracht, niet door te roepen dat anesthesie het overneemt, maar door de techniek te onderzoeken, te combineren, en haar plaats te bewijzen.

Wij zijn er dus juist bij gebaat om vernieuwingen niet met argwaan tegemoet te treden. Een vakgemeenschap die elke nieuwe ontwikkeling reframet als bedreiging, ondergraaft op den duur haar eigen geloofwaardigheid. Een vakgemeenschap die kritisch maar nieuwsgierig kijkt — die toegeeft wanneer een studie geen effect vindt, die enthousiast wordt over verrassende resultaten, die durft te zeggen “ik weet het niet” — bouwt vertrouwen op.

Dat geldt ook richting onze eigen cliënten. Als iemand vraagt of VR misschien beter zou werken dan hypnose voor zijn specifieke probleem, verdient hij een eerlijk antwoord op basis van wat we weten — niet een verkooppraatje voor onze eigen winkel. Soms is het antwoord “ja, probeer dat maar eerst”, en dat hoort bij integriteit.

Hypnose is geen bedreigde diersoort die beschermd moet worden tegen technologische roofdieren. Het is een rijk vak dat zich altijd heeft ontwikkeld door nieuwe inzichten te integreren — van Mesmer naar Erickson, van suggestietherapie naar moderne pijnneurofysiologie. VR is gewoon het volgende hoofdstuk. Niet meer en niet minder.

En ja, mijn eigen positie: ik ben fan van VR. Ik ben ook nerd en vind gadgets gewoon interessant — laat dat duidelijk zijn. Maar dat is precies waarom ik wil dat de hypnose-gemeenschap dit serieus oppakt: niet uit angst, niet uit reclame, maar uit nieuwsgierigheid naar wat er voor onze cliënten mogelijk is. Eerlijkheid en duidelijkheid zijn ons belangrijkste kapitaal. Laten we daar zuinig op zijn.


Bronnen op verzoek beschikbaar. Belangrijkste literatuur: Hoffman & Patterson (SnowWorld-onderzoek, University of Washington); Vanhaudenhuyse, Bicego et al. (Université de Liège, VR-hypnose bij chronische pijn); Terzulli et al. (2023, immersieve VR-hypnose en autonome respons); diverse meta-analyses over VR bij angststoornissen (Zeng et al., 2025).


Ontdek meer van

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Scroll naar boven