Een zenuw die te veel belooft

Er is een zenuw die de afgelopen jaren een opmerkelijke carrière heeft gemaakt. De nervus vagus — letterlijk de zwervende zenuw — slingert vanuit de hersenstam door de borst naar de buik en is al eeuwen bekend bij anatomen. Maar sinds Stephen Porges zijn polyvagaaltheorie lanceerde, is die zenuw iets heel anders geworden: een verklaringssleutel voor trauma, sociale verbinding, freeze-reacties, en eigenlijk alles wat misgaat als mensen zich onveilig voelen.

De theorie is populair. In therapeutenopleidingen, coachingstrajecten, trauma-werkboeken en wellnessblogs duikt ze op als een vanzelfsprekend referentiepunt. Maar er is een probleem. En dat probleem gaat dieper dan een paar wetenschappelijke kanttekeningen.


Een theorie in drie lagen

Porges stelde in 1994 voor dat het autonome zenuwstelsel niet uit twee takken bestaat — sympathisch (gas) en parasympathisch (rem) — maar uit drie. Die derde tak, het zogenaamde ventrale vagale complex, zou verantwoordelijk zijn voor sociale betrokkenheid: de toestand waarin mensen contact kunnen maken, zich veilig voelen, en flexibel kunnen reageren op de omgeving.

Daar bovenop plaatste hij een evolutionair verhaal: zoogdieren zouden dit systeem als unieke aanpassing hebben ontwikkeld. Reptielen en andere gewervelden zouden het niet hebben. En het dorsale vagale systeem — de oudste tak — zou verantwoordelijk zijn voor shutdown en freeze, een primitieve overlevingsreactie.

Het is een aantrekkelijk verhaal. Het biedt therapeuten een neurobiologisch kader voor wat ze in de spreekkamer zien: cliënten die bevriezen, terugtrekken, niet meer in contact lijken te zijn. Het geeft taal aan ervaringen die moeilijk te omschrijven zijn.

Maar de anatomie klopt niet.


Wat de neurowetenschappers zeggen

De kern van de polyvagaaltheorie — dat zoogdieren een uniek gemyeliniseerd ventraal vagaal pad hebben dat je bij andere gewervelden niet aantreft — is inmiddels meerdere keren ontkracht. Het pad wordt ook gevonden bij hagedissen en longvissen. Vogels, die evolutionair dichter bij reptielen staan dan bij zoogdieren, blijken complexe sociale gedragingen te hebben zonder het systeem dat Porges ze ontzegt.

Het evolutionaire stapelmodel dat Porges gebruikt, heeft dezelfde structuur als het bekende “drievoudige brein” van MacLean: reptielenbrein, zoogdierenbrein, menselijk brein. Dat model is al jaren verlaten in de neurowetenschap, omdat functies voortdurend door meerdere hersengebieden kruisen en de evolutionaire chronologie veel complexer is dan de metafoor suggereert. Porges bouwt zijn theorie op dezelfde logica — met hetzelfde probleem.

Ook de methodologische basis wankelt. De theorie steunt zwaar op hartritmevariabiliteit (HRV) als indicator van “veiligheid” en autonome regulatie. Meta-analyses laten echter zien dat de veronderstelde correlatie tussen HRV-activiteit en psychische klachten er simpelweg niet is.


De slager keurt zijn eigen vlees

Tegenover de kritiek plaatste Porges uitgebreide verdedigingen — in peer-reviewed tijdschriften, maar ook op de website van het Polyvagal Institute, het instituut dat hij zelf oprichtte en dat certificaten en opleidingen aanbiedt. In die verdedigingen worden de critici verweten dat ze een verkeerde versie van zijn theorie aanvallen, dat Wikipedia zijn werk onjuist samenvat, en dat de over-commercialisering in de coaching- en wellnesswereld hem niet aangerekend mag worden.

De bronnenlijst in die verdedigingen bestaat voor een opvallend groot deel uit zijn eigen publicaties.

Dat is geen wetenschappelijke discussie. Dat is een persbericht.

Wat een theorie wetenschappelijk solide maakt, is niet de diepte of het gezag van de grondlegger, maar onafhankelijke replicatie door onderzoekers zonder belang bij de uitkomst. Dat ontbreekt bij de polyvagaaltheorie op de cruciale punten.


De uitspraak die alles zegt

Na jaren van kritiek schreef Porges in een peer-reviewed artikel het volgende:

“The theory was not proposed to be either ‘proven’ or ‘falsified’…”

Dit is een veelzeggende zin. Falsificeerbaarheid — de mogelijkheid dat een theorie in principe weerlegd kan worden — is geen technische eis, maar het hart van de wetenschappelijke methode. Een theorie die niet weerlegd kán worden, is geen wetenschappelijke theorie. Ze kan interessant zijn, inspirerend zelfs, maar ze behoort dan tot het domein van de narratieven, de metaforen, de verhalen die we vertellen om ervaringen te ordenen.

Fictie, in de neutrale zin van het woord.


Het ecosysteem

Hier begint het praktisch relevant te worden. Want de polyvagaaltheorie heeft niet alleen een wetenschappelijk leven — ze heeft een economisch leven gekregen. Certificaten, cursussen, werkboeken, apps, coachingsopleidingen, traumatherapieën: allemaal georganiseerd rond de drie vagale standen.

Dat ecosysteem houdt zichzelf in stand via een mechanisme dat kenmerkend is voor theorieën die te groot zijn geworden om ter discussie te stellen. Insiders corrigeren elkaar op details — is dit nou een dorsale staat of een functionele freeze? — terwijl de fundamentele aannames nooit ter discussie staan. Buitenstaanders die de theorie aanvallen, worden gezien als mensen die de theorie verkeerd begrijpen. De grondlegger distantieert zich van de uitwassen, terwijl hij profiteert van de populariteit die die uitwassen genereren.

Dat patroon zou therapeuten te denken moeten geven — niet omdat de theorie niets biedt, maar omdat het patroon zelf een signaal is.


Wat blijft er over?

Dit is geen pleidooi om de ervaringen weg te verklaren die de polyvagaaltheorie probeert te benoemen. Mensen bevriezen. Mensen trekken zich terug. Mensen voelen zich sociaal afgesloten en kunnen dat niet verklaren. Die ervaringen zijn reëel.

Maar de verklaring die Porges biedt is niet de enige, en waarschijnlijk ook niet de beste. Het predictive coding-model — waarbij het brein voortdurend voorspellingen doet en trauma begrepen wordt als een vastgelopen voorspellingssysteem — biedt een solidere neurowetenschappelijke basis voor vergelijkbare klinische observaties. Zonder de evolutionaire fictie, zonder de niet-toetsbare anatomie, en met een duidelijker handvat voor wat therapie eigenlijk doet.

Therapeuten die met de polyvagaaltheorie werken en resultaten zien, doen waarschijnlijk iets zinvols. Maar wat ze doen, wordt niet verklaard door de theorie. Het wordt ondanks de theorie bereikt — dankzij menselijk contact, aandacht, veiligheid in de relatie, en het herstel van flexibiliteit in een vastgelopen systeem.

Dat is het verhaal van de zenuw die te veel belooft: de ervaringen kloppen, de verklaring niet.


Ontdek meer van

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Scroll naar boven