Eerste deel van een tweeluik. Het tweede deel verschijnt na de ingreep, met wat er van dit plan overbleef.
Op de röntgenfoto zit onder een kies in mijn onderkaak een donkere vlek. In het tandvlees ernaast zit een fistel: een gangetje waarlangs een chronische ontsteking rond de wortelpunt haar pus kwijt kan.1 Ik voel er niets van. Geen kiespijn, geen last. Volgende week woensdag gaat de kies eruit.
Een wortelkanaalbehandeling had gekund. Maar in mijn bovenkaak staat tegenover deze kies niets meer. Hij heeft niets om op te bijten. Een kies zonder tegenspeler, met een ontsteking eronder: de tandarts adviseerde trekken, en ik zag geen reden om te redden wat geen werk meer doet.
Ziek zonder klacht
Het vreemde aan deze afspraak is dat mijn lichaam er geen reden voor ziet. Pijn is het signaal waarop we gewend zijn te handelen, en dat signaal ontbreekt. De beslissing komt van een foto en een advies. Het verstand zegt ja. Het lijf haalt zijn schouders op.
Dat maakt het een zuiver geval. Er valt niets te verlichten. Tandartsangst in de klinische zin heb ik niet, wel een ouderwetse tegenzin: de stoel, de lamp, het geluid van instrumenten die in je eigen hoofd lijken te werken. Wat er voor hypnose overblijft, is de aanloop en de tijd in de stoel. Geen pijnbestrijding dus. Het gaat om de manier waarop ik erdoorheen kom.
Als hypnotiseur ligt de vraag voor de hand wat ik dan zelf doe. Ik legde haar voor aan een Nederlands taalmodel. Het antwoord was een net stappenplan, en het leende daarvoor een zin uit een eerder stuk op deze site. Advies krijgen in je eigen woorden is een vreemde ervaring. Het is een compliment, geen keurmerk: een taalmodel kiest bronnen ook op vindbaarheid. Het plan was bruikbaar, maar het schreef voor een angstige patiënt die ik niet ben, en het miste de twee dingen waar het bij een extractie om draait. Wat hieronder staat, is mijn eigen versie.
Wat de literatuur toezegt, en wat niet
Over tandartsangst schreef ik eerder een apart stuk. Kort samengevat: hypnose kan spanning verlagen, maar een systematische review vond te weinig vergelijkbare studies voor een harde conclusie, en cognitieve gedragstherapie is beter onderbouwd.2 Voor mijn situatie zijn twee studies specifieker.
In Stockholm lieten Enqvist en Fischer patiënten bij wie een verstandskies in de onderkaak chirurgisch werd verwijderd, in de week ervoor een geluidsopname met een hypnotische ontspanningsinductie beluisteren. Drieëndertig van hen vergeleken ze met zesendertig patiënten die niets kregen. Na de ingreep gebruikte de hypnosegroep significant minder pijnstillers.3 Dat is een concreet resultaat. Maar de controlegroep kreeg geen alternatief: geen ontspanningsoefening, geen aandacht, niets om iets van te verwachten. Wat de opname toevoegde bovenop iets doen en er iets van verwachten, blijft daardoor open.
Glaesmer en collega’s volgden 102 patiënten in een tandartspraktijk die een tand of kies lieten trekken. De helft kreeg naast de gewone zorg hypnose, en die groep rapporteerde minder angst tijdens de behandeling.4 Hier zit een andere kanttekening. Ruim negen op de tien patiënten stonden vooraf positief tegenover hypnose. Wie verwacht dat iets helpt, ervaart vaak dat het helpt. Voor een hypnotiseur is dat geen bezwaar maar een deel van de werking. Voor een onderzoeker is het een storende factor.
De optelsom: hypnose als aanvulling kan de spanning rond een extractie verlagen en misschien de nasleep verlichten. Hoeveel daarvan specifiek hypnose is, weet niemand precies. Dat ondermijnt het plan niet. Het bepaalt wel hoe stellig ik erover mag zijn.
Druk is geen pijn
Een verdoving schakelt pijn uit, niet het gevoel. Wie een kies laat trekken, voelt druk, gewrik en beweging, en hoort het kraken van iets dat in de eigen kaak zit. Dat staat in vrijwel elke patiëntenfolder. Het wordt pas een probleem als het brein het verkeerd labelt. Druk die je niet verwacht, wordt gelezen als pijn die eraan komt. Dan schiet de spanning omhoog, precies op het moment dat je stil moet liggen.
Hier ligt het belangrijkste deel van mijn plan. Ik zet vooraf een betekenis klaar voor wat ik ga voelen. Druk betekent dat het werkt. Gekraak betekent dat het bijna klaar is. Het verschil met de zin “het doet geen pijn” is wezenlijk. Die zin is een bewering die het lichaam kan weerleggen. Een label voor wat er komt, klopt juist op het moment dat het komt.
Dat woorden de ervaring meekleuren, is goed onderzocht. In een studie met 140 vrouwen die bij de bevalling een ruggenprik kregen, hoorde de ene helft vlak voor de verdovingsprik dat ze een flinke bijensteek zouden voelen, het ergste deel van de procedure. De andere helft hoorde dat de verdoving het gebied gevoelloos zou maken. Dezelfde prik kreeg in de eerste groep een mediane pijnscore van 5 op 10, in de tweede een 3.5 Zulke zinnen zeggen zorgverleners tegen patiënten. Ik zeg ze tegen mezelf, en dus kan ik ze zelf kiezen.
Een signaal, geen anker
De dagen ervoor oefen ik kort, een sessie van een minuut of tien per dag. Eerst ontspanning, daarna een korte doorloop van de stoel met de druk en het geluid erin, telkens gekoppeld aan het label dat ik klaarzet. Geen volledige blootstelling aan het ergste scenario. Ik bouw geen angst af die ik niet heb. Ik zet een verwachting klaar.
Daarbij hoort een rustsignaal: duim en wijsvinger zacht tegen elkaar, samen met een lange uitademing. In NLP-taal heet dat een anker, en het verhaal eromheen is groter dan nodig. De onderbouwde versie heet toegepaste ontspanning. Je leert eerst ontspannen, maakt die ontspanning korter en sneller oproepbaar, en koppelt haar aan een signaal dat je in de lastige situatie inzet. In een overzicht van achttien gecontroleerde studies deed die methode het beter dan geen behandeling en dan een aandachtsplacebo.6 Geen installatie in het hoofd, wel oefening en conditionering.
De ademhaling doet het meeste werk en vraagt geen hypnose. Langzaam ademen, onder de tien keer per minuut, gaat bij gezonde proefpersonen samen met meer parasympathische activiteit en een kalmere ervaring.7 Wie geen hypnotiseur is, kan dit deel van het plan zonder aanpassing overnemen: oefenen met langzaam ademen, een vast rustsignaal, en de woorden waarmee je jezelf de ingreep voorspelt bewust kiezen.
Aanspreekbaar blijven
In de stoel ga ik niet diep. Dat klinkt als een gemiste kans voor een hypnotiseur, maar het is een keuze. De tandarts moet kunnen vragen of de verdoving goed zit, en ik moet eerlijk kunnen antwoorden. Hypnotische ontspanning mag een verdoving die nog niet goed werkt niet toedekken. Dan werkt ze tegen de behandeling in plaats van ervoor. Ik blijf dus licht, met open ogen als dat prettiger is, en spreek vooraf een stopsignaal af: linkerhand omhoog.
Voor de dagen erna zet ik suggesties klaar voor rust en comfort, en om van de wond af te blijven. De nazorg zelf komt van de tandarts, inclusief het advies over pijnstilling. Hypnose vervangt geen gaasje en geen instructie om niet te spoelen.
Een voorspelling die kan verliezen
Dit stuk is een voorspelling, en die kan verkeerd uitpakken. Daarom leg ik nu vast wat ik ga bijhouden. Mijn spanning op een schaal van nul tot tien, op drie momenten: de avond ervoor, in de wachtkamer en in de stoel. Of ik het rustsignaal op het moment zelf nog gebruik, of dat het wegvalt zodra het echt wordt. En hoeveel pijnstilling ik in de dagen erna nodig heb.
Mijn verwachting is dat de spanning in de wachtkamer piekt, niet in de stoel. Het gekraak wordt het moment waarop het plan getest wordt. De pijnstilling is de zwakste maat, omdat napijn na een extractie van veel meer afhangt dan van mij.
Eén patiënt, geen controlegroep, en een proefpersoon die belang heeft bij een goede afloop. Zwakker kan een onderzoeksopzet nauwelijks. Het enige wat ik eraan kan doen, is de uitkomst niet achteraf passend maken.
Als het meevalt, weet ik nog steeds niet of het de hypnose was. Wel wat ik ervan verwachtte. Dat staat hierboven, en volgende week lees je wat ervan klopte.
Bronnen
- Tandarts.nl. (z.d.). Fistel in de mond. https://www.tandarts.nl/mondzorg/aandoeningen/fistel-de-mond ↩
- Wolf, T. G., Schläppi, S., Benz, C. I., & Campus, G. (2022). Efficacy of hypnosis on dental anxiety and phobia: A systematic review and meta-analysis. Brain Sciences, 12(5), 521. https://doi.org/10.3390/brainsci12050521 ↩
- Enqvist, B., & Fischer, K. (1997). Preoperative hypnotic techniques reduce consumption of analgesics after surgical removal of third mandibular molars: A brief communication. International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, 45(2), 102–108. https://doi.org/10.1080/00207149708416112 ↩
- Glaesmer, H., Geupel, H., & Haak, R. (2015). A controlled trial on the effect of hypnosis on dental anxiety in tooth removal patients. Patient Education and Counseling, 98(9), 1112–1115. https://doi.org/10.1016/j.pec.2015.05.007 ↩
- Varelmann, D., Pancaro, C., Cappiello, E. C., & Camann, W. R. (2010). Nocebo-induced hyperalgesia during local anesthetic injection. Anesthesia & Analgesia, 110(3), 868–870. https://doi.org/10.1213/ANE.0b013e3181cc5727 ↩
- Öst, L.-G. (1987). Applied relaxation: Description of a coping technique and review of controlled studies. Behaviour Research and Therapy, 25(5), 397–409. https://doi.org/10.1016/0005-7967(87)90017-9 ↩
- Zaccaro, A., Piarulli, A., Laurino, M., Garbella, E., Menicucci, D., Neri, B., & Gemignani, A. (2018). How breath-control can change your life: A systematic review on psycho-physiological correlates of slow breathing. Frontiers in Human Neuroscience, 12, 353. https://doi.org/10.3389/fnhum.2018.00353 ↩
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
