De brief die niemand herkende

De vraag stond op een spiritualiteitsforum, tussen berichten over droomduiding en kaartleggen. Of je via automatisch schrift kunt communiceren met iemand die is overleden.

Ik heb er zorgvuldig op geantwoord. Dat er geen betrouwbaar wetenschappelijk bewijs is dat zoiets werkelijk gebeurt. Dat wie het ervaart daarmee nog niets verzint: cryptomnesie kan meespelen, het ideomotorische effect, en ons beperkte zicht op waar onze eigen gedachten vandaan komen. En dat je van iemand die je goed hebt gekend enorm veel bij je draagt, aan uitspraken, woordgebruik, karakter en reacties, zodat je brein uit dat materiaal teksten kan vormen die werkelijk voelen alsof ze van die persoon komen.

Dat antwoord klopt nog steeds. Het laat alleen de interessantste vraag liggen. Een onwillekeurige spierbeweging verklaart een ja of een nee. Ze verklaart geen drie kantjes in iemands zinsbouw.

Eén bit is geen brief

De beweging zelf is geen raadsel meer. Een gedachte of verwachting vertaalt zich in kleine spierbewegingen die buiten de wil om ontstaan, beschreven door William Carpenter in 1852 en sindsdien niet weersproken.1 Dat verklaart de pendel, de draaitafel en het vingersignaal in de spreekkamer. Het verklaart ook waarom de schrijvende hand niet stilstaat. (Zie ook Het lichaam als orakel)

De vraag is wat er langs dat kanaal naar buiten komt. Daarover bestaat één opvallende studie. Zevenentwintig studenten kregen ja-nee-vragen voorgelegd, eerst schriftelijk, daarna geblinddoekt via een planchette, samen met een medespeler die zijn hand stiekem terugtrok zodra het begon. Op vragen waarvan de deelnemers zelf zeiden dat ze gokten, was het bewuste antwoord goed in de helft van de gevallen, het ideomotorische antwoord in vijfenzestig procent.2 Tien jaar later herhaalden twee onderzoekers de opzet met een Chevreul-pendel in plaats van een planchette. Daar bleef een gok een gok, in beide modaliteiten even vaak goed, en even vaak fout. Die replicatie verscheen in het vakblad voor klinische hypnose zelf.3

Zet die twee naast elkaar en de gunstigste lezing blijft bescheiden. In het beste geval draagt het kanaal iets wat op een betere gok lijkt, en zelfs dat houdt geen stand bij herhaling. Één bit, onbetrouwbaar geleverd. Een brief bestaat uit duizenden.

De brief die niemand herkende

In Brazilië is die brief een instituut. Psychografie heet het daar: mediums die schrijven wat een overledene hun zou ingeven, vaak in de vorm van een brief aan nabestaanden. Dat gebruik maakt een proef mogelijk die bij losse huiskamerervaringen niet kan.

Acht mediums en vierennegentig nabestaanden deden mee aan achttien sessies, waarbij de mediums de nabestaanden niet kenden en niet te zien kregen. Elke deelnemer ontving daarna zes brieven: de voor hem bestemde, en vijf controlebrieven van andere sessies, gekoppeld op geslacht en leeftijd van de overledene. Blind beoordeeld, zowel in een totaaloordeel als per controleerbaar feit. De brief die voor hen bedoeld was, scoorde niet beter dan de vijf die dat niet waren.4

Wie die uitkomst wil wegen, moet weten wie hem publiceerde. De laatste auteur leidt een onderzoekscentrum dat mediumschap al decennia serieus onderzoekt en is medeauteur van de hersenscanstudie verderop in dit stuk. Dit is geen scepticus die iets onderuit haalt. Dit is een onderzoeksgroep die haar eigen onderwerp toetst en met lege handen thuiskomt.

Dezelfde vraag, wie schrijft hier eigenlijk, is eerder gesteld waar het antwoord gevolgen had. Bij facilitated communication ondersteunt een begeleider de hand van iemand die niet spreekt, en verschijnen er zinnen op een toetsenbord. Twaalf bewoners van een autismeprogramma en negen begeleiders werden getest met plaatjes die soms gelijk waren en soms verschilden. Als ze verschilden, typte de deelnemer wat de begeleider had gezien.5 Niemand bedroog daar iemand. De begeleiders geloofden in wat hun handen deden, en beroepsverenigingen hebben de techniek daarna afgewezen.6 De les is niet dat automatisch schrift hetzelfde is. De les is dat de vraag beantwoordbaar wordt zodra je regelt wie wat weet.

De scan die de auteur niet vond

Er is ook naar de hersenen gekeken. Tien Braziliaanse psychografen, vijftien tot zevenenveertig jaar ervaring, schreven in de scanner twee keer: één keer in trance, één keer gewoon. Bij de ervaren mediums lag de doorbloeding tijdens het trance-schrijven lager in gebieden die met plannen en taal te maken hebben, terwijl de teksten die ze produceerden juist complexer werden beoordeeld. Bij de minder ervaren mediums ging de activiteit in diezelfde gebieden omhoog.7 (Zie ook Meetbaar is geen onderscheid)

De onderzoekers trokken daaruit een conclusie die verder gaat dan hun data. Dit past niet bij toneelspel, schreven ze, want wie complexe tekst bedenkt moet plannen, en plannen zie je terug in de scan. Daarmee staan er twee opties op tafel waar er drie horen: bezieling of bedrog, en niet de mogelijkheid dat iemand oprecht schrijft zonder auteur te voelen. Bij tien proefpersonen, zonder correctie voor meervoudige vergelijkingen, is dat een zware last voor een dunne bevinding. De auteurs noemen hun studie zelf verkennend.

Die derde optie is inmiddels getest. Negen mediums en negen gematchte deelnemers zonder enige binding met het spiritisme kregen dezelfde schrijfopdracht, waarbij de tweede groep psychografie simpelweg nadeed. Het EEG verschilde: tijdens trance-schrijven nam het vermogen toe in theta, alfa en beide beta-banden. De teksten verschilden niet. De mediums schreven in trance beter dan in waaktoestand, maar tussen de twee groepen kwam geen verschil in tekstkwaliteit naar voren.8 Wie nergens in gelooft en het gewoon probeert, schrijft even goed.

Daarmee valt de redenering van de scanstudie weg. Een toestandsverschil in het EEG blijft een toestandsverschil. Het zegt dat er iets anders gebeurt, niet dat er iemand anders schrijft. Dat onderscheid kwam op deze site eerder langs bij de vraag of trance meetbaar is, en het geldt hier onverkort: een correlaat is geen vingerafdruk.

Het materiaal ligt er al

Blijft de vraag waar die zinnen dan vandaan komen. Het oudste antwoord is meer dan een eeuw oud en komt van een psycholoog die een medium jarenlang volgde. Hélène Smith sprak en schreef Marsiaans, compleet met eigen alfabet. Bij ontleding bleek die taal Frans, met andere woorden erop geplakt en de grammatica van haar moedertaal eronder. Voor het patroon dat hij zag, bedacht hij een term: cryptomnesie, herinneringen die terugkomen zonder dat ze als herinnering herkend worden.9 (Zie ook Het onderbewuste bestaat niet)

Dat verschijnsel is later gewoon in het lab gemeten. Deelnemers noemden om de beurt voorbeelden uit een categorie en moesten daarna nieuwe bedenken die nog niet genoemd waren. In drie tot negen procent van de gevallen herhaalden ze het antwoord van een ander, of schreven ze andermans antwoord aan zichzelf toe.10 Bescheiden percentages, in een saaie taak, met vreemden, over vogelsoorten.

Verplaats dat naar iemand die je twintig jaar hebt gekend. Dan gaat het niet om losse woorden maar om een compleet model: hoe hij een zin begon, welk stopwoord terugkwam, hoe hij een verwijt inpakte voor hij het uitsprak, wat hij nooit zou zeggen. Dat model zit er, of je het oproept of niet. Je gebruikt het elke keer dat je je afvraagt wat hij hiervan gevonden zou hebben. Automatisch schrift doet iets bescheidens en werkelijks: het haalt de rem van de bewuste formulering eraf, waarna dat model produceert waar het goed in is. Niet een bericht uit het onbewuste als instantie die meer weet, maar een taalvaardigheid die haar auteur kwijt is.

Troost is geen bewijs

De vierennegentig deelnemers aan die Braziliaanse proef waren rouwenden. Dat hun brief het niet beter deed dan die van een vreemde, betekent niet dat hij niets deed. Iemand kan uren hebben gehuild boven een tekst die statistisch inwisselbaar bleek, en daar iets aan hebben gehad wat echt is.

Dat is de scheiding die dit onderwerp nodig heeft, en het is dezelfde die op deze site steeds terugkeert. Dat iets werkt, zegt niets over waardoor het werkt. De ervaring van contact is geen argument voor de verklaring die eraan gehangen wordt, hoe overtuigend die ervaring ook is en hoe onbeleefd het ook voelt om dat op te merken. Wie automatisch schrift ziet als een manier om afscheid te nemen, doet iets begrijpelijks. Wie het ziet als bewijs, verwart de waarde van een ervaring met de waarheid van een uitleg.

Er staat werkelijk iets op dat papier. Het komt alleen niet van ver.

Bronnen

  1. Carpenter, W.B. (1852). On the influence of suggestion in modifying and directing muscular movement, independently of volition. Proceedings of the Royal Institution of Great Britain, 1, 147–153. ↩
  2. Gauchou, H.L., Rensink, R.A. & Fels, S. (2012). Expression of nonconscious knowledge via ideomotor actions. Consciousness and Cognition, 21(2), 976–982. ↩
  3. Moga, G. & Dienes, Z. (2022). Expressing unconscious general knowledge using Chevreul’s pendulum. American Journal of Clinical Hypnosis, 64(4), 306–315. ↩
  4. Freire, E.S., Rocha, A.C., Tasca, V.S., Marnet, M.M. & Moreira-Almeida, A. (2022). Testing alleged mediumistic writing: An experimental controlled study. Explore, 18(1), 82–87. ↩
  5. Wheeler, D.L., Jacobson, J.W., Paglieri, R.A. & Schwartz, A.A. (1993). An experimental assessment of facilitated communication. Mental Retardation, 31(1), 49–59. ↩
  6. American Psychological Association (1994). Resolution on facilitated communication. Washington DC: APA. ↩
  7. Peres, J.F., Moreira-Almeida, A., Caixeta, L., Leao, F. & Newberg, A. (2012). Neuroimaging during trance state: A contribution to the study of dissociation. PLoS ONE, 7(11), e49360. ↩
  8. Pinto, K.M., Toutain, T.G.L.O., Saba, H., Bastos Jr., M.A.V., do Rosário, R.S., Plácido, J., Loureiro, N., Fernandes, V.C. & Miranda, J.G.V. (2026). Brain activity and the production of written text during mediumistic trance: A controlled EEG study. PLOS ONE, e0343216. ↩
  9. Flournoy, T. (1900). Des Indes à la planète Mars: Étude sur un cas de somnambulisme avec glossolalie. Genève: Eggimann. ↩
  10. Brown, A.S. & Murphy, D.R. (1989). Cryptomnesia: Delineating inadvertent plagiarism. Journal of Experimental Psychology: Learning, Memory, and Cognition, 15(3), 432–442. ↩





Ontdek meer van

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven