De rol van hypnotherapie in de behandeling van IBS

In februari 2026 publiceerde het Journal of Clinical Gastroenterology een omvangrijk position paper van de Israëlische gastro-enterologievereniging over de behandeling van het prikkelbare darmsyndroom (IBS). Zeventien auteurs, een nationaal behandeladvies, een complete behandelpiramide. En halverwege dat document, op gelijke hoogte met cognitieve gedragstherapie, staat: gut-directed hypnotherapy.

Dat is opmerkelijk. Niet omdat het nieuw is — Peter Whorwell beschreef de methode al in 1984 in The Lancet — maar omdat het illustreert hoe een interventie die ooit als alternatief gold, geleidelijk een plek heeft veroverd in mainstream gastro-enterologische richtlijnen. Tegelijk is het paper een goede aanleiding om eerlijk te kijken naar wat de bewijslast op dit moment precies wél en niet zegt.

Wat IBS is, en waarom het gedrag aanknopingspunten biedt

IBS valt onder wat tegenwoordig disorders of gut-brain interaction (DGBI) heet — verstoringen in de communicatie tussen darm en hersenen, zonder dat er bij onderzoek een structurele oorzaak gevonden wordt. De wereldwijde prevalentie ligt rond de 4 procent. Vrouwen hebben er ongeveer twee keer zo vaak last van als mannen. Klachten: buikpijn die samenhangt met veranderingen in ontlasting, opgeblazenheid, soms diarree, soms juist obstipatie.

De pathofysiologie is niet volledig begrepen, maar de Israëlische auteurs noemen viscerale hypersensitiviteit, verstoorde centrale verwerking van darmsignalen, dysbiose (verstoring van het microbioom), en bidirectionele miscommunicatie tussen het centrale en het enterische zenuwstelsel. Stress, angst en depressie zijn geen oorzaak van IBS, maar wel onlosmakelijk verweven met het beloop. Dit verklaart waarom puur farmacologische interventies vaak tekortschieten.

En het verklaart waarom interventies die op de hersen-darm-as ingrijpen — zoals CBT en GDH — überhaupt een logische plaats hebben in de behandeling. Niet als laatste redmiddel voor wie “het tussen de oren heeft”, maar als gerichte aanpak voor een mechanisme dat aantoonbaar bij IBS een rol speelt.

Hoe GDH eruitziet in de praktijk

Gut-directed hypnotherapy is een gestructureerde behandeling, doorgaans zes tot twaalf sessies, ontwikkeld door Whorwell en zijn team in Manchester. Tijdens elke sessie wordt de cliënt in een ontspannen, geconcentreerde staat begeleid en krijgt hij of zij suggesties die specifiek gericht zijn op het normaliseren van darmfunctie en het verminderen van viscerale hypersensitiviteit.

De suggesties zijn opvallend concreet. Een cliënt met buikpijn krijgt beelden aangereikt van warmte, ontspanning en het wegstromen van pijn uit het buikgebied. Iemand met obstipatie werkt met beelden van beweging en stroming (een rivier die vrij doorloopt). Bij IBS-D — de diarree-variant — wordt juist met beelden gewerkt van controle en stevigheid (een dam, een dijk). De gedachte is dat deze metaforen, aangeboden in een staat van verhoogde suggestibiliteit, het lichaam een andere “instelling” leren voor de gut-brain-communicatie.

Het Israëlische paper merkt op dat in Israël alleen gecertificeerde psychologen, artsen of tandartsen GDH mogen aanbieden — een striktere regulering dan in veel andere landen. In Nederland is dat anders geregeld, maar de Manchester-traditie wordt internationaal als de gouden standaard gezien.

Wat het bewijs écht zegt

Hier wordt het interessant — en hier doet het Israëlische paper iets wat in dit soort documenten vaker gebeurt: het citeert de positieve kant van een recente meta-analyse zonder de nuances erbij te leveren.

De auteurs verwijzen naar Adler et al. (2025), een systematische review en meta-analyse in Neurogastroenterology & Motility. Het paper vat samen: “GDH may improve global symptoms of IBS. In particular, it improved pain symptoms compared with other standard IBS interventions.”

Wie de meta-analyse zelf opslaat, ziet een gedetailleerder beeld. Het hoofdresultaat — verbetering van globale IBS-symptomen door GDH — kwam uit op een standardized mean difference van 0,73 met een 95% betrouwbaarheidsinterval van −0,09 tot 1,55. Dat interval kruist de nul. Statistisch gezien: het hoofdeffect haalde géén significantie. De heterogeniteit tussen studies was bovendien extreem hoog (I² = 93%), wat betekent dat de geïncludeerde onderzoeken sterk uiteenlopende resultaten lieten zien.

De significante effecten zaten in de subgroepanalyses. GDH gegeven in groepsverband werkte statistisch beter dan controle. GDH gegeven in een hoog volume — dus voldoende sessies, niet drie of vier maar de volledige zes tot twaalf van het Manchester-protocol — eveneens. En specifiek voor buikpijn was het beeld het meest overtuigend: lage heterogeniteit (I² = 17%) en een duidelijk effect.

Dit verandert de conclusie niet wezenlijk, maar wel het verhaal. GDH werkt, maar niet als een uniforme magische pil. De manier waarop het wordt aangeboden — voldoende sessies, gestructureerd protocol, eventueel in groepsverband — lijkt belangrijk te zijn voor of het resultaat oplevert.

De langere lijn

Wat de Israëlische auteurs wél stevig kunnen onderbouwen, is de duurzaamheid van het effect. Twee oudere studies — Vlieger et al. (2012) bij kinderen met functionele buikpijn en IBS, en Moser et al. (2013) bij volwassenen met refractair IBS — lieten zien dat het effect vijf jaar na behandeling nog grotendeels intact was. Voor een chronische aandoening waarbij medicatie symptomen onderdrukt zolang je hem slikt, is dat een opvallend gegeven.

De NNT (number needed to treat) voor GDH wordt door de Israëlische auteurs geschat op 4 tot 5, op basis van een meta-analyse van Ford et al. uit 2019. Ter vergelijking: de NNT voor antidepressiva bij IBS is daar ongeveer 6. Maar de auteurs erkennen zelf de beperking — veel hypnose-studies hebben methodologische problemen, vooral het ontbreken van een goede blindering. Hoe maak je een placebogroep voor hypnose? Sommige studies gebruiken “sham hypnotherapy” of supportieve gesprekken, maar dat blijft een lastig vergelijkingsvraagstuk.

Wat het paper laat zien over hypnose in bredere zin

Buiten het concrete IBS-verhaal is dit document interessant omdat het iets zegt over hoe hypnotherapie binnen de mainstream geneeskunde gepositioneerd raakt. De Israëlische auteurs noemen het samen met CBT als de “most studied and effective” psychologische interventies voor IBS. Ze plaatsen het in een behandelpiramide naast neuromodulatoren en medicatie. Ze adviseren combinaties (augmentatie). En ze verwijzen actief naar therapeuten via het register van de Israëlische Vereniging voor Hypnose.

Dat is een toon die je twintig jaar geleden niet in een gastro-enterologische richtlijn vond. Het is geen revolutie — eerder een geleidelijke normalisering, waarbij hypnose ophoudt een aparte categorie te zijn en gewoon een gereedschap wordt in een breder behandelarsenaal.

Nederland kent dat patroon overigens al langer in de kindergeneeskunde. De NVK-richtlijn Functionele buikpijn bij kinderen — oorspronkelijk uit 2015, geactualiseerd in 2021 — beveelt hypnotherapie expliciet aan bij aanhoudende functionele buikpijn, naast cognitieve gedragstherapie. De huisarts of kinderarts kan rechtstreeks doorverwijzen voor een van beide. Wie het Israëlische paper en de Nederlandse pediatrische richtlijn naast elkaar legt, ziet eigenlijk hetzelfde patroon: een chronische DGBI-aandoening waarbij medicatie tekortschiet, en gestructureerde hypnotherapie als reguliere optie in het behandelpad. De ene keer voor volwassen IBS-patiënten, de andere keer voor kinderen met functionele buikpijn. De onderliggende logica — werken op de gut-brain-as via een methode met aantoonbare effecten op viscerale hypersensitiviteit — is dezelfde.

Tegelijk is het goed om niet te overdrijven. De geciteerde meta-analyse is methodologisch nog niet onomstotelijk. De beste resultaten komen uit specifieke protocollen (Manchester) met voldoende sessies. Korte, casual interventies — een paar audio-opnames, een drietal sessies — hebben veel minder bewijs achter zich. En voor wie IBS heeft en GDH overweegt: de bewijslast voor specifiek buikpijn is sterker dan voor diarree, obstipatie of globale “kwaliteit van leven”.

Wat blijft hangen

Drie dingen, denk ik.

Ten eerste: een nationale gastro-enterologische vereniging die hypnotherapie opneemt in haar officiële behandelplaatje is een signaal dat serieuze klinische werelden hypnose als gerichte interventie beschouwen, niet als randverhaal.

Ten tweede: het bewijs is solide maar genuanceerd. Wie het verkoopt als “wetenschappelijk bewezen” zonder de subgroep-analyses en heterogeniteit te noemen, doet het verhaal geen recht. Wie het wegzet als pseudo-wetenschap negeert vijftig jaar onderzoek en internationale richtlijnen.

Ten derde: hoe iets wordt aangeboden, doet ertoe. Voldoende sessies, een gestructureerd protocol, opgeleide therapeuten — dat zijn waarschijnlijk de variabelen die het verschil maken tussen werkt-wel en werkt-niet. Dat geldt vermoedelijk niet alleen voor IBS.


Bronnen

  • Shibli F, Dekel R, Yishai R, et al. The Management of Irritable Bowel Syndrome: A Position Paper of the Neurogastroenterology and Motility Section of the Israeli Gastroenterology Association. J Clin Gastroenterol. 2026.
  • Adler EC, Levine EH, Ibarra AN, et al. Gut-Directed Hypnotherapy for Irritable Bowel Syndrome: A Systematic Review and Meta-Analysis. Neurogastroenterol Motil. 2025;37(7):e70037.
  • Ford AC, Lacy BE, Harris LA, et al. Effect of antidepressants and psychological therapies in irritable bowel syndrome: an updated systematic review and meta-analysis. Am J Gastroenterol. 2019.
  • Whorwell PJ, Prior A, Faragher EB. Controlled trial of hypnotherapy in the treatment of severe refractory irritable-bowel syndrome. Lancet. 1984.
  • Vlieger AM, Rutten JMTM, Govers AMAP, et al. Long-term follow-up of gut-directed hypnotherapy vs. standard care in children with functional abdominal pain or irritable bowel syndrome. Am J Gastroenterol. 2012.
  • Moser G, Trägner S, Gajowniczek EE, et al. Long-term success of GUT-directed group hypnosis for patients with refractory irritable bowel syndrome: a randomized controlled trial. Am J Gastroenterol. 2013.
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK). Richtlijn Functionele buikpijn bij kinderen (2015, geactualiseerd december 2021).

Ontdek meer van

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven