De hypnose van het neurorealisme

Op de Facebookpagina van Paul Smit staat een zin die ik mooi vind. Niet omdat hij klopt, maar omdat hij doet wat hij beschrijft.

“Vanuit de neurowetenschap weten we inmiddels dat het grootste deel van ons gedrag en onze beslissingen onbewust ontstaat. Zo’n 99,9995%. Achteraf maakt ons brein er een logisch verhaal van, waardoor het voelt alsof we alles bewust sturen. Controle is een plezierige illusie.”

Lees hem nog eens. Voel wat er gebeurt. Er is een autoriteit (“vanuit de neurowetenschap”), een gedeeld weten (“we weten inmiddels”), een precisie die niet betwijfeld kan worden (vijf cijfers achter de komma), en aan het eind een geruststelling die elk verzet ontwapent: het is fijn dat het zo is. Wie tegenspreekt, klampt zich vast aan een illusie. Wie meegaat, mag ontspannen.

Dat is een mooie zin. In Edwin Selij-termen: een effectieve inductie.

En het is geen losse uitspraak. Het is een voorbeeld van een breder patroon dat ik neurorealisme zou willen noemen — een denkstijl waarin de neurowetenschap niet langer een onderzoeksveld is maar de hoogste rechtbank, en waarin “vanuit de neurowetenschap weten we” functioneert als de moderne versie van “er staat geschreven”. Je hoort het in coachingstaal, in mindfulness-folders, in managementboeken, in podcasts. Het brein heeft het overgenomen van het hart, de ziel en het lot als de plek waar het echte verhaal zich afspeelt.

Het getal

Even kort over het cijfer, want het is verzonnen precisie. Het komt waarschijnlijk uit een rekensommetje op basis van Tor Nørretranders’ The User Illusion: onze zintuigen ontvangen zo’n 11 miljoen bits per seconde, en het bewustzijn verwerkt daarvan maar een fractie — schattingen lopen uiteen van 16 tot 60 bits. Deel 60 door 11.200.000 en je komt uit op ongeveer 0,0005%. De rest, 99,9995%, is dan “onbewust”.

Maar dat is een ratio over informatieverwerking, niet over beslissingen. Dat de meeste zintuiglijke input nooit het bewustzijn haalt, betekent niet dat 99,9995% van onze beslissingen onbewust wordt genomen. Dat is hetzelfde als zeggen dat omdat je oren miljoenen geluidstrillingen per seconde verwerken, je muzieksmaak 99,9995% onbewust is. Een aardige zin voor op een podium. Een categoriefout in het onderzoek.

Daar komt bij dat Libet, op wiens werk dit soort claims uiteindelijk teruggrijpt, zelf benadrukte dat het bewustzijn weliswaar geen initiatief neemt maar wel een vetorecht heeft van zo’n 150 milliseconden — free won’t in plaats van free will. En sinds Schurger (2012) is het beroemde readiness potential dat Libets conclusies droeg sowieso ter discussie komen te staan: mogelijk meten we daar geen voorbereide beslissing, maar ruisaccumulatie.

Kortom: het getal klopt niet, de onderliggende studies zijn omstreden, en het stukje waar het bewustzijn nog wél iets doet is wegbezuinigd. Maar dat is niet wat ik interessant vind aan de zin.

Wat ik interessant vind

Wat ik interessant vind is dat de zin de luisteraar in precies de toestand brengt die hij beschrijft. Je hebt geen controle — en terwijl je dat overweegt, neemt iemand anders even de regie over hoe je je voelt. Dat is geen toeval, dat is taal die werkt zoals taal werkt. Vanuit de Selij-traditie zou je zeggen: alles is hypnose. Elke beschrijving van de werkelijkheid is tegelijk een suggestie hoe die te ervaren.

Dat is niet erg. Dat is niet manipulatief. Dat gebeurt zodra iemand met overtuiging spreekt en jij luistert. Een leraar die zegt “dit is een moeilijk hoofdstuk” hypnotiseert net zo goed als een leraar die zegt “dit is een leuk hoofdstuk”. Het verschil zit in waar de leerlingen daarna terechtkomen.

Smit weet dit waarschijnlijk. Hij is filosoof en cabaretier, gepokt en gemazeld in zalen, en hij kent het effect van zijn zinnen. De vraag is alleen: weet hij het nog terwijl hij het zegt? Of is zijn eigen verhaal ergens onderweg van een manier van kijken veranderd in hoe het is?

Krishnamurti’s grap

Krishnamurti zou hier waarschijnlijk om gegniffeld hebben. Hij heeft zijn hele leven gewaarschuwd voor het moment waarop een inzicht stolt tot een leer. The moment you put it into words, you have already limited it. Wie zegt “het ik bestaat niet” plaatst zichzelf onmiddellijk buiten dat inzicht — er is iemand die het weet, en iemand die het nog niet weet, en daartussen zit een podium.

Dat is precies de paradox waar elke spreker over non-dualiteit op stuit. Je kunt het niet zeggen zonder het tegen te spreken. En hoe overtuigender je het zegt, hoe steviger je de illusie waarschuwt waar je tegen wilt waarschuwen.

Het neurorealisme heeft dezelfde structuur. Wie verkondigt dat het ik een illusie is omdat het brein de baas is, plaatst dat brein vervolgens op de plek waar eerst het ik zat. De troon is hetzelfde, de koning heeft alleen een andere naam. Mijn brein deed het is grammaticaal niet veel anders dan mijn ziel deed het of het lot deed het. Steeds is er iets dat over mij beschikt, en steeds is er een spreker die ons daarover voorlicht.

En ikzelf, schrijvend over dit alles?

Dezelfde val. Wie de hypnose ziet, doet er ook aan mee. Dit artikel is óók een suggestie — om Smits zin op een bepaalde manier te lezen, om wantrouwen te voelen waar eerst instemming was, om mij betrouwbaarder te vinden dan hem.

Dat is geen reden om niet te schrijven. Het is een reden om eerlijk te zijn over wat schrijven is. Een tekst die zegt kijk, hier is de waarheid over hoe Paul je hypnotiseert doet zelf precies wat hij beweert te ontmaskeren.

Dus laat ik het zachter zeggen. Smits zin is een mooie zin. Hij werkt. Hij doet iets met de lezer. Dat is interessant om op te merken — bij hem, bij mij, bij iedereen die spreekt of schrijft of leert.

Krishnamurti zou waarschijnlijk een stilte hebben ingelast.


Bronnen en verdieping

  • Libet, B. (1983). Time of conscious intention to act in relation to onset of cerebral activity (readiness-potential). Brain, 106(3). De oorspronkelijke studie, inclusief Libets eigen interpretatie van het veto-mechanisme.
  • Libet, B. (1999). Do we have free will? Journal of Consciousness Studies, 6. Latere bespiegeling waarin Libet expliciet maakt dat zijn experiment ruimte laat voor bewuste controle in de vorm van een veto.
  • Schurger, A., Sitt, J. D., & Dehaene, S. (2012). An accumulator model for spontaneous neural activity prior to self-initiated movement. PNAS, 109(42). De studie die het readiness potential herinterpreteert als ruisaccumulatie en daarmee Libets conclusies onderuithaalt.
  • Nørretranders, T. (1991/1998). The User Illusion: Cutting Consciousness Down to Size. De bron van de bits-per-seconde-vergelijking. Lees vooral hoe Nørretranders zélf de implicaties formuleert — voorzichtiger dan de populariseringen suggereren.
  • Nisbett, R. E., & Wilson, T. D. (1977). Telling more than we can know: Verbal reports on mental processes. Psychological Review, 84(3). De klassieker over confabulatie waar uitspraken als “ons brein verzint achteraf een verhaaltje” op teruggrijpen.
  • Gazzaniga, M. S. (1998). The Mind’s Past. Toegankelijke bespreking van split-brain-onderzoek en de “interpreter” in de linker hersenhelft.
  • Krishnamurti, J. (1969). Freedom from the Known. Voor de gedachte dat elke beschrijving het beschrevene beperkt. Zie ook The Awakening of Intelligence (1973) voor de uitwerking van the observer is the observed.
  • Dennett, D. C. (2003). Freedom Evolves. Filosofische kritiek op de sprong van neuro-experimenten naar conclusies over vrije wil en zelf.

Ontdek meer van

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Scroll naar boven