Waarom kinderartsen hypnotherapie aanbevelen — en osteopathie niet

Ouders van kinderen met chronische buikpijn willen vaak iets anders dan een doosje medicatie. Dat is begrijpelijk: de klachten slepen, conventionele middelen helpen lang niet altijd, en een kind voor jaren aan de macrogol zetten voelt zelden als een oplossing. Wat die ouders vervolgens kiezen is meestal osteopathie of homeopathie. Wat de Nederlandse kinderartsen aanbevelen is iets anders: hypnotherapie.

Dat verschil is niet toevallig, en het is ook niet een kwestie van smaak. Het zit in de richtlijn.

Wat de richtlijn zegt

De NVK-richtlijn Functionele buikpijn bij kinderen (2015, geactualiseerd in 2021) adviseert hypnotherapie expliciet als behandeling. Diezelfde richtlijn vermeldt verschillende andere benaderingen — diëten, supplementen, medicatie — en geeft daar in de meeste gevallen geen positief advies over. Een glutenvrij dieet: niet aanbevolen. Een FODMAP-beperking: kan overwogen worden bij gasvorming. Vitamine D-suppletie: niet aanbevolen. Hypnotherapie: aanbevolen.

In de werkgroep die deze richtlijn opstelde zat overigens een vertegenwoordiger van de Nederlandse Beroepsvereniging voor Hypnotherapeuten. Dat is geen detail dat ouders meestal te horen krijgen, maar het is wel relevant: hypnotherapie is geen randverschijnsel binnen de kindergeneeskunde, het is een serieuze partner.

Wat ouders in de praktijk doen

Een recent multicenter-onderzoek in zes Nederlandse ziekenhuizen, gepubliceerd in European Journal of Pediatrics, brengt in kaart wat ouders feitelijk inzetten. Van de 677 ondervraagde gezinnen met een kind met buikpijn, obstipatie, reflux of huilbaby-klachten gebruikte 42% een vorm van alternatieve geneeswijze. De meest gebruikte: manuele therapieën (osteopathie, chiropractie, massage) en homeopathie.

Bij huilbaby’s loopt dat percentage op tot bijna 80%. Osteopathie is daar de standaardstap geworden, ondanks het feit dat systematische reviews concluderen dat de effecten op huilbaby’s bescheiden tot afwezig zijn.

Tegelijkertijd vroeg dat onderzoek aan kinderartsen wat zij aanbevelen. Bij functionele buikpijn was het antwoord vrijwel unaniem: 98,6% beveelt hypnotherapie aan. Dat is in een medische context een opvallend cijfer. Bijna-unanimiteit onder artsen is zeldzaam, en zegt iets over hoe stevig de evidentie inmiddels is.

Waar die zekerheid op rust

De doorbraak voor hypnotherapie kwam in 2007, met een Nederlandse gerandomiseerde studie. Vlieger en collega’s publiceerden in Gastroenterology — een van de toonaangevende tijdschriften op het gebied — een vergelijking tussen gut-directed hypnotherapie en standaardzorg bij kinderen met functionele buikpijn en prikkelbaredarmsyndroom. Het effect was groot en duurzaam. Latere systematische reviews hebben dat bevestigd.

Voor osteopathie of homeopathie bij dezelfde klachten bestaat geen vergelijkbare evidentie. Dat wil niet zeggen dat het altijd niets doet — een ouder die rust en aandacht ervaart tijdens een osteopathische sessie, ervaart iets reëels. Maar van een aanwijsbaar effect op de klachten zelf, gemeten in goede studies, is geen sprake.

De ongemakkelijke vraag

Hier zit de paradox die het waard is om uit te spreken. Ouders die sceptisch zijn over hypnose maar open over osteopathie, baseren dat onderscheid op iets — maar waarop precies? Niet op de wetenschappelijke evidentie, want die wijst de andere kant op. Niet op de richtlijn, want die wijst ook de andere kant op. Meestal is het een gevoel: hypnose klinkt zweveriger dan een fysieke behandeling, terwijl het in dit specifieke domein juist andersom is.

Een deel van de verwarring zit in de naam. Hypnotherapie roept beelden op uit de televisie: slingerende horloges, mensen die kakelen als een kip. Wat een kinderhypnotherapeut doet lijkt daar weinig op. Het is een gestructureerde behandeling waarin een kind leert om via geleide verbeelding en ontspanning invloed uit te oefenen op lichamelijke processen — vergelijkbaar met een diepe vorm van dagdromen. Het is niets magisch. Het is een vaardigheid.

Tot slot

De evidence-hiërarchie binnen wat ouders “alternatief” noemen is niet plat. Sommige van die benaderingen zijn inmiddels regulier geworden — hypnotherapie is daar het duidelijkste voorbeeld van. Andere blijven populair zonder dat de evidentie meebeweegt. Voor ouders die zoeken naar iets dat werkt zonder medicatie, is het de moeite waard om dat onderscheid te kennen voordat de wachtkamer van de osteopaat de eerste keuze wordt.


Bronnen

  • Bloem, M. N., Baaleman, D. F., Koppen, I. J. N., Bijlsma, M. W., Vlieger, A. M., Goede, J., Plötz, F. B., Teklenburg-Roord, S. T. A., de Lorijn, F., & Benninga, M. A. (2026). Attitudes toward the use of complementary and alternative medicine in children with gastrointestinal symptoms, a multicenter survey study among parents and pediatricians. European Journal of Pediatrics, 185(398). https://doi.org/10.1007/s00431-026-07058-3
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. (2021). Richtlijn Functionele buikpijn bij kinderen (geactualiseerde versie). https://www.nvk.nl/kennisdocument/functionele-buikpijn-bij-kinderen/
  • Rutten, J. M. T. M., Reitsma, J. B., Vlieger, A. M., & Benninga, M. A. (2013). Gut-directed hypnotherapy for functional abdominal pain or irritable bowel syndrome in children: A systematic review. Archives of Disease in Childhood, 98(4), 252–257. https://doi.org/10.1136/archdischild-2012-302906
  • Vlieger, A. M., Menko-Frankenhuis, C., Wolfkamp, S. C. S., Tromp, E., & Benninga, M. A. (2007). Hypnotherapy for children with functional abdominal pain or irritable bowel syndrome: A randomized controlled trial. Gastroenterology, 133(5), 1430–1436. https://doi.org/10.1053/j.gastro.2007.08.072


Ontdek meer van

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven