Het Geheugenpaleis

De vergeten kunst van het onthouden

Een Amerikaanse journalist verslaat een geheugenkampioenschap, raakt geïntrigeerd, en wordt een jaar later zelf nationaal kampioen. Dat is het skelet. Het vlees is iets veel interessanters: een boek over wat het verschil is tussen iets weten en iets in je merg hebben.

Waar het boek echt over gaat

Joshua Foer ontmoet Ed Cooke — een excentrieke Britse geheugenatleet die hem op een rotsblok in Central Park aanbiedt hem in een uur de techniek bij te brengen. Wat volgt is een jaar dompelen in de wereld van mnemonisten, hersenwetenschap, klassieke retorica en de man die echt alles vergeet (EP, een amnesiepatiënt wiens herinneringen in een lijn door de tijd verdwenen zijn).

Het centrale idee, eeuwenoud, is verbluffend eenvoudig: ons geheugen voor abstracte feiten is slecht, maar ons geheugen voor plaatsen en beelden is fenomenaal. Wie een feit wil onthouden, vertaalt het naar een absurd, sensorisch beeld en plaatst dat beeld op een vaste locatie in een denkbeeldig gebouw — een paleis dat hij door en door kent. Wandel later door dat paleis en je struikelt vanzelf weer over je informatie.

Foer is geen goeroe. Hij is een twijfelende, zelfspot-doorspekte journalist die eerlijk schrijft over hoe het hém vergaat: zijn worstelingen met Eliots Prufrock, het kelderkamertje van zijn ouders waar de techniek opeens minder werkt dan op dat romantische rotsblok, de seniele kampioen die zonder gehoorbeschermers niet meer kan denken. Daarin ligt de kracht van het boek — niet als handleiding, maar als verslag van iemand die de techniek echt op zijn lichaam test.

“Een boek gedrukt in ’t hert als was
is meer als duizend in de kas.”

— Jan Luyken, geciteerd door Foer

Wat heeft dit met hypnose en zelfwerk te maken?

Hier wordt het interessant — en hier zit ook meteen de reden waarom dit boek thuishoort op HypnoseGids. Foer beschrijft een onderscheid dat in de geheugenpsychologie standaard is, maar dat opvallend dicht ligt bij waar hypnose en NLP mee werken: het verschil tussen declaratief geheugen (wat je weet dat je weet) en non-declaratief geheugen (wat je lichaam en je gewoonten weten zonder dat je het bewust kunt oproepen).

De amnesiepatiënt EP, die niets meer kan onthouden, is iedere ochtend opnieuw verbaasd om zijn vrouw te zien — maar wandelt iedere dag dezelfde route door zijn buurt zonder ooit te verdwalen. Hij heeft zijn buren leren aardig vinden zonder ooit te weten wie ze zijn. Dat is geen anekdote; dat is een gevalsstudie over hoe diep onder het bewuste niveau onze gevoelens, voorkeuren en routines zijn opgeslagen.

Voor wie met hypnose of NLP werkt, is dat geen nieuws — maar Foer bewijst het met een precisie die je in zelfhulpliteratuur zelden tegenkomt. Hij laat zien dat het non-declaratieve geheugen je gedrag stuurt zonder dat je toegang hebt tot zijn inhoud. En hij laat zien — via de klassieke en middeleeuwse mnemotechniek — dat het mogelijk is om bewust gekozen materiaal zo diep in te slijpen dat het deel wordt van wie je bent. Petrarca schreef het al: hij at ’s ochtends wat hij ’s avonds zou verteren, en wat hij als jongen doorslikte overpeinsde hij als oude man.

Dat is precies wat een goede zelfhypnose-praktijk doet. Niet informatie consumeren, maar informatie verteren tot ze van vlees wordt.

Wat je er concreet uit kunt halen

  1. Een werkende techniek (loci-methode) om langere teksten, lijsten en sequenties te internaliseren — handig als je inducties, anekdotes of metaforen woord-voor-woord wilt kunnen oproepen tijdens een sessie zonder briefje.
  2. Een rijk begrip van hoe verbeelding en zintuiglijkheid het geheugen aansturen — dezelfde mechanismen die hypnotische suggestie laten landen. Beelden moeten absurd, kleurrijk, beweeglijk en lichamelijk zijn; dat is geen toeval.
  3. Een gezond tegenwicht tegen de mythe van “snelle resultaten”. Foer laat overtuigend zien dat het OK-niveau — het moment waarop je vaardigheid plateaut omdat je er niet meer bewust mee bezig bent — een valkuil is, geen eindpunt. Voor iedereen die werkt aan het ombuigen van vastgeroeste patronen relevant.
  4. Een herwaardering van uit-het-hoofd-leren als vorm van karaktervorming, niet als schoolse straf. De klassieke gedachte: wat je memoriseert, vormt wie je bent.

Eerlijk: dit is geen handleiding. Wie alleen de techniek wil leren, kan beter een dunner boek lezen. Wat Foer biedt is iets anders — een omweg waarna de techniek meer betekent, omdat je begrijpt waarin ze ingebed zit.

Waarom je ‘m waarschijnlijk niet kunt wegleggen

Foer schrijft droog, observerend en met een wrange humor die zelden in zelfhulpgenre voorkomt. De scène waarin Eds moeder hem stangt over zijn gebrek aan een vaste baan (“En de advocatuur, Edward?”) en hij plechtig antwoordt dat de advocatuur een zero-sum game is en dus een zinloze invulling van zijn leven — daarna leunt hij naar Foer en zegt: “Ik was op mijn achttiende een veelbelovende jongeman.” Waarop zijn zusje droogjes inwerpt: “Op je dertiende, zul je bedoelen.” Dat zijn de zinnen waarom dit boek werkt.

Het is een boek dat je leest om de personages — Ed met zijn provocerende T-shirt op het wereldkampioenschap, Ben Pridmore die maandenlang zijn met pi-cijfers gevulde geheugenpaleizen moet leegruimen omdat een Japanner zijn record heeft gebroken — en dat je een paar maanden later opnieuw oppakt omdat je je realiseert dat de ideeën zich onder je huid hebben genesteld.

Dat is precies wat het boek zelf claimt. Dingen die je echt kent, kennen je terug.

Aanrader Voor wie het verschil tussen weten en kennen wil begrijpen — en wie geheugen wil zien als bouwsteen van wie je bent, niet als opslagsysteem.

Het geheugenpaleis
Joshua Foer  ·  vertaling Janneke Zwart
De Bezige Bij, 2011  ·  348 pagina’s
Oorspronkelijke titel: Moonwalking with Einstein


Ontdek meer van

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven