Het lichaam als orakel

In een spreekkamer houdt een vrouw haar arm gestrekt voor zich uit. De therapeut legt er twee vingers op en stelt een vraag — niet aan haar, maar aan haar lichaam. Of er een oude, onverwerkte emotie meespeelt. Hij drukt zacht op de pols. De arm geeft mee. Dat is het antwoord: ja.

De beweging is echt. De vrouw houdt zich niet in, de therapeut duwt niet harder dan daarnet. Toch zakt de arm precies waar het antwoord ja moet luiden, en blijft hij staan waar het nee moet zijn. Aan het eind van de sessie weet ze iets over zichzelf wat ze bij binnenkomst niet wist — verteld, zo lijkt het, door haar eigen lichaam. En het lichaam, zo gaat de redenering, liegt niet.

Wat die middag bewoog, was haar arm. Wat er sprak, is de vraag.

Kanaal of spiegel

De beweging is geen toneel. Dat is het eerste om vast te houden, want het verklaart waarom de overtuiging zo hardnekkig is. Niemand trekt aan de arm, niemand veinst een uitslag. Het verschijnsel heeft een naam: het ideomotorische effect, voor het eerst beschreven door de Britse arts William Carpenter in 1852.1 Een gedachte of verwachting vertaalt zich rechtstreeks in een kleine, onwillekeurige spierbeweging, buiten de wil om. Wie sterk genoeg verwacht dat de arm meegeeft, voelt hem meegeven. De hand die een pendule vasthoudt, zet hem in beweging zonder het te merken.

Daarmee is nog niets gezegd over wat de beweging betékent. En daar splitst de weg zich. Het signaal laat zich opvatten als een kanaal: een lijn naar iets wat de cliënt zelf niet kan zien, een bericht uit een onbewuste dat meer weet dan zij. Of als een spiegel: een beweging die teruggeeft wat de betrokkene al verwachtte, hoopte of vreesde. Dat verschil is niet semantisch. Een kanaal levert informatie die je anders niet had. Een spiegel levert je jezelf.

De kanaal-lezing veronderstelt bovendien iets wat los hiervan al wankel staat: een onbewuste als instantie, een innerlijke kenner die je kunt aanspreken en die antwoordt. Maar er bestaan onbewuste processen — waarneming, geheugen, de ideomotorische beweging zelf — en geen onbewuste dat iets weet en het je toespeelt; het onderbewuste bestaat niet, onbewuste processen wel. Wie een bericht uit zo’n kenner verwacht, raadpleegt een instantie die er niet is. Een spiegel heeft die kenner niet nodig. Een proces volstaat. In de taal van de voorspellende hersenen is het antwoord dan niet meer dan een verwachting die zichtbaar wordt — een prior die zich motorisch uitspreekt.

Achter het scherm

Of een signaal een kanaal is of een spiegel, valt niet uit te maken door ernaar te kijken. Het valt uit te maken door de verwachting weg te nemen. Die proef is bijna twee eeuwen oud. De Franse scheikundige Michel-Eugène Chevreul raakte gefascineerd door de wichelpendule die boven uiteenlopende stoffen zou uitslaan. Hij merkte dat de slinger in zijn eigen hand bewoog zodra hij wíst waarboven hij hing — en stilviel zodra een scherm hem het zicht ontnam. Niet de stof bewoog de pendule, maar zijn eigen verwachting, vertaald in onmerkbare bewegingen van zijn arm.2

De natuurkundige Michael Faraday deed in 1853 hetzelfde met de draaitafels van de spiritisten. Hij plaatste een eenvoudig plaatje tussen tafel en handen dat liet zien welke kant het eerst bewoog: niet de tafel die de handen meenam, maar de handen die de tafel duwden, zonder dat de deelnemers het wilden of wisten.3 In beide gevallen verdween het verschijnsel op het moment dat de proefpersoon niet meer kon weten welke uitslag de juiste was.

Datzelfde patroon keert terug in het onderzoek naar de spiertest. Weten behandelaar en cliënt allebei welke stof, vraag of emotie wordt getest, dan valt de uitslag uit zoals verwacht. Wordt die kennis geblindeerd — niemand weet meer wat er getest wordt — dan zakt het oordeel terug naar het niveau van toeval. Losse dubbelblinde proeven en een latere overzichtsstudie komen telkens op hetzelfde uit.4 De spiertest meet dan niets meer, omdat er niets meer te spiegelen valt.

Het lichaam dat nooit liegt

In de spreekkamer wordt die nuance zelden gemaakt. Daar geldt het signaal als diagnose, en hele methoden zijn erop gebouwd. Neuro-Emotionele Integratie, sinds 1995 in Nederland uitgebouwd door arts Roy Martina uit de Amerikaanse Neuro Emotional Technique, stelt gesloten ja-nee-vragen aan “het onbewuste” en leest het antwoord af uit een spiertest.5 De belofte eronder is steeds dezelfde, en wordt met zoveel woorden uitgesproken: het lichaam kan niet liegen. Niet de therapeut vertelt de cliënt wat er speelt, maar diens eigen lichaam — en dat is lastiger te weerspreken dan een mens.

Hier komt een tweede spiegel bij de eerste. Bij het vingersignaal in hypnose beweegt de cliënt zichzelf; het antwoord weerspiegelt zijn eigen verwachting. Bij de spiertest staat er iemand tussen. De behandelaar drukt, en die druk varieert mee met wat hij verwacht te vinden — onmerkbaar, onbedoeld, maar genoeg. Het signaal kan nu twee verwachtingen tegelijk weergeven: die van de cliënt en die van de behandelaar. Wat klinkt als de stem van het lichaam, is een echo van de kamer.

Waar ‘ik weet het niet’ hoort te staan

De proef is eenvoudig. Toch houdt de orakellezing stand, en dat vraagt om verklaring. Ze lost iets op wat de blindering juist openlaat. Een orakel wordt geraadpleegd op de plek waar onzekerheid woont — bij de vraag die onbeantwoordbaar blijft, de klacht waarvan niemand de oorzaak kent, de uitkomst die niemand had voorzien. Precies daar, waar ‘ik weet het niet’ hoort te staan, wordt het onbewuste neergezet als instantie die het wél weet. Het is de beweging van de god van de gaten: wat onbegrepen blijft, krijgt een naam en een wil.6 De naam geeft houvast. Een onbewuste dat antwoord geeft — zo voorgesteld — is er een waarmee te onderhandelen valt.

Dat verklaart ook de aantrekkingskracht, en die is reëel. Wie hoort dat zijn lichaam meespreekt in zijn genezing, krijgt greep terug op iets wat zich aan greep onttrekt. Daar liggen het gevaar en de waarde dicht bijeen. Het gevaar: dat het orakel zo overtuigend wordt dat bewezen behandeling overbodig lijkt. De waarde: dat een mens die zich machteloos voelde, weer iets te doen heeft.

Dat laatste is het waard om te scheiden van de rest. Drie dingen lopen hier door elkaar. Wat het signaal ís — een echte, onwillekeurige beweging, geen bedrog. Wat het bewéért te zijn — een aflezing van verborgen waarheid, en dat is leeg. En wat het misschien dóét — een proces ordenen, twijfel zichtbaar maken, een cliënt het gevoel geven dat hij kiest. Dat derde kan werken zonder dat het eerste een orakel is. Een vinger die omhoogkomt bij ja kan iemand helpen zich uit te spreken die het hardop niet durfde. Maar dan ontmoet hij zichzelf, niet een stem die meer weet.

De arm beweegt nog steeds. Alleen weten we nu wie er antwoordt.

Bronnen

  1. Carpenter, W.B. (1852). On the influence of suggestion in modifying and directing muscular movement, independently of volition. Proceedings of the Royal Institution of Great Britain, 1, 147–153.
  2. Chevreul, M.E. (1854). De la baguette divinatoire, du pendule dit explorateur et des tables tournantes. Parijs: Mallet-Bachelier.
  3. Faraday, M. (1853). Experimental investigation of table-moving. The Athenaeum, nr. 1340, 801–803.
  4. Garrow, J.S. (1988). Kinesiology and food allergy. British Medical Journal, 296, 1573–1574; Kenney, J.J., Clemens, R. & Forsythe, K.D. (1988). Applied kinesiology unreliable for assessing nutrient status. Journal of the American Dietetic Association, 88(6), 698–704; Hall, S., Lewith, G., Brien, S. & Little, P. (2008). A review of the literature in applied and specialised kinesiology. Forschende Komplementärmedizin, 15(1), 40–46.
  5. De historische lijn — Neuro Emotional Technique (Scott Walker, jaren tachtig) en de Nederlandse uitbouw tot Neuro-Emotionele Integratie vanaf 1995 (Roy Martina) — berust op de methode- en opleidingsgeschiedenis van de betrokken organisaties zelf, niet op onafhankelijk onderzoek.
  6. “God van de gaten” — een argument met negentiende-eeuwse theologische wortels, vaak verbonden aan Henry Drummond; in het moderne debat gepopulariseerd door onder anderen Richard Dawkins.

Ontdek meer van

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

1 gedachte over “Het lichaam als orakel”

  1. Pingback: De opluchting is geen verklaring -

Geef een reactie

Scroll naar boven