Ik had Dave Elmans Hypnotherapy weer eens uit de kast getrokken, en op bladzijde 26 stuitte ik op de definitie die ik ooit als fundament kreeg aangereikt.1 Hypnose, schrijft Elman, is een gemoedstoestand waarin de kritische factor wordt omzeild en “selectief denken” wordt gevestigd. Hij presenteert het als een axiomatische definitie, eentje die elke zorgvuldige klinische toets doorstaat.
Het woord bleef haken. Axiomatisch. Een axioma is wat je niet onderzoekt — het uitgangspunt dat geen bewijs nodig heeft. En een definitie die zichzelf boven onderzoek stelt en tegelijk haar gelijk in de spreekkamer zoekt, vraagt er juist om onderzocht te worden.
Een axioma dat om onderzoek vraagt
Elman beweert twee dingen tegelijk, en ze ondermijnen elkaar. De definitie zou axiomatisch zijn: vanzelfsprekend, geen toetsing nodig. En ze zou standhouden in de kliniek: de praktijk bevestigt haar. Dat is precies de redenering die op deze plek telkens terugkeert — het werkt, dus de verklaring klopt. Maar dat een inductie slaagt, zegt niets over de vraag of er een kritische factor wordt omzeild. Het zegt dat er iets gebeurt, niet wát.
De definitie is bovendien niet van gisteren, en ze is ook niet marginaal. Veel hypnose-opleidingen hanteren haar nog steeds, vrijwel woordelijk, als het fundament onder de inductie. De term zelf is intussen geen gangbaar begrip in de moderne cognitieve psychologie; verwante functies worden daar beschreven als executieve controle en bron- of realiteitsmonitoring.10 Reden genoeg om te doen wat een axioma volgens Elman niet nodig heeft: ernaar kijken.
De factor die twee dingen is
Kijk eerst waar Elman die kritische factor laat wonen. Het is, schrijft hij, het deel van de geest dat oordeelt: dat heet van koud onderscheidt, zoet van zuur, groot van klein, licht van donker.1 Omzeil dat deel, en je kunt zoet voor zuur laten doorgaan.
Daar worden twee verschillende dingen op één hoop geveegd. Het beoordelen van een suggestie — klopt dit, wil ik hierin mee — is iets anders dan het waarnemen van een temperatuur. Het eerste is een afweging, het tweede is zintuiglijke en categorische waarneming. Elman last ze aaneen tot één faculteit en geeft die één schakelaar. Wie de twee uit elkaar haalt, ziet dat er geen enkele instantie is die ze allebei bedient. Er is geen orgaan dat tegelijk je suggesties keurt en je tong vertelt dat citroen zuur is.
De omzeiling die niet plaatsvindt
En dan de omzeiling zelf. Volgens de definitie houd je op heet van koud te onderscheiden. Dat is niet wat er gebeurt. Een gehypnotiseerde verliest de categorie heet/koud niet; hij weet nog uitstekend dat ijs koud hoort te zijn. Wat kan gebeuren, is dat één specifieke suggestie — dit blokje voelt warm — in dit ene geval als warmte wordt beleefd.2 Lokaal, tijdelijk, en alleen bij wie ervoor vatbaar is. Het onderscheidingsvermogen gaat niet uit; er wordt iets aan toegevoegd.
De cliënt blijft intussen een actieve beoordelaar. Hij kan een suggestie afwijzen, en doet dat ook. Erickson, de andere grondlegger van de moderne hypnose, zag dat scherp: de naïeve opvatting dat de patiënt passief uitvoert wat de behandelaar zegt, verwierp hij. Gesuggereerd gedrag, schreef hij, is een respons die de patiënt zelf samenstelt.3 Geen poort die opengaat, maar een mens die meewerkt.
Een poort zonder kluis
Stel dat we het voorgaande even laten rusten. Dan blijft de vraag waartoe het omzeilen dient. Het antwoord van de traditie is helder: je passeert de kritische factor om bij het onbewuste te komen, waar de suggestie dan beklijft.
Maar dat onbewuste — als plaats, als bergruimte achter een poort — bestaat niet. Er zijn onbewuste processen, geen onderbewuste kamer waarin iets wordt gedeponeerd.5 Een poortwachter die een ruimte bewaakt die er niet is, bewaakt niets. De kritische factor verliest zo niet alleen zijn samenhang, maar ook zijn doel. Die twee bezwaren hebben elkaar niet eens nodig: het eerste sloopt de definitie van binnenuit, het tweede haalt de bestaansgrond eronder weg.
Elman tegenover Erickson
Het is verleidelijk om hiermee de hele hypnotherapie weg te zetten, maar dat zou onjuist zijn. De omzeilde-kritische-factor is Elmans traditie, niet die van het hele vak. Erickson omzeilde geen poortwachter. Zijn werkwijze heette utilisatie: alles wat de cliënt meebracht — twijfel, weerstand, een eigenaardig symptoom — gebruiken als materiaal, in plaats van het opzij te zetten.4
Dat de term omzeilen tóch om Erickson heen hangt, komt grotendeels van later. Bandler en Grinder goten zijn taalpatronen in een model en spraken van het omzeilen van de bewuste geest.6 Twee verschillende fouten met hetzelfde woord: Elman die een faculteit uitschakelt, en de latere lezing die de bewuste aandacht wil misleiden. Geen van beide klopt, maar het is netjes ze te scheiden.
Een ervaren collega vatte het onlangs bondig samen: hij werkt het liefst juist mét de weerstand, want daarachter ligt de verandering. Dat is, of hij het zo noemt of niet, zuiver Erickson — en het tegendeel van iets omzeilen.
Geen schakelaar, maar een weegschaal
Wat dan wél? Want er ís toetsing. We controleren voortdurend of wat binnenkomt klopt, waar het vandaan komt, hoeveel gewicht het verdient. Dat is geen losse factor met een aan/uit-knop, maar een verzameling processen — realiteitstoetsing, bronmonitoring, het wegen van oude verwachtingen tegen nieuwe.7 In hypnose worden die niet uitgeschakeld maar anders gewogen: de gesuggereerde inhoud krijgt tijdelijk meer gewicht, de gewone toetsing wat minder — een verschuiving die zich het best laat begrijpen binnen een voorspellend brein.8 Neurocognitief onderzoek laat ook zien dat suggesties de waarneming werkelijk kunnen bijstellen, van pijnintensiteit tot wat iemand meent te zien, zonder dat de onderliggende onderscheidingen verdwijnen.2
Daarmee had Elman half gelijk, en goot hij het in de verkeerde vorm. Zijn selectief denken is een echte waarneming: de aandacht versmalt, het gesuggereerde weegt zwaarder. Alleen is dat geen faculteit die je passeert, maar een balans die verschuift. En of die balans verschuift, en hoe ver, hangt af van degene in de stoel — niet van de behendigheid waarmee een poort wordt geopend.9
De kritische factor bestaat niet. Wat bestaat, is een brein dat onophoudelijk weegt. Er valt niets te omzeilen. Er valt alleen iets te herwegen.
Bronnen
- Elman, D. (1964). Hypnotherapy. Glendale, CA: Westwood Publishing, p. 26.
- Voor visuele suggestie: Kosslyn, S. M., Thompson, W. L., Costantini-Ferrando, M. F., Alpert, N. M., & Spiegel, D. (2000). Hypnotic visual illusion alters color processing in the brain. American Journal of Psychiatry, 157(8), 1279–1284. Voor de modulatie van pijnaffect: Rainville, P., Duncan, G. H., Price, D. D., Carrier, B., & Bushnell, M. C. (1997). Pain affect encoded in human anterior cingulate but not somatosensory cortex. Science, 277(5328), 968–971.
- Erickson, M. H., & Rossi, E. L. (1979). Hypnotherapy: An Exploratory Casebook. New York: Irvington. (Verwerping van het passieve model; gesuggereerd gedrag als een door de patiënt zelf gesynthetiseerde respons.)
- Het utilisatieprincipe: Erickson, M. H., Rossi, E. L., & Rossi, S. I. (1976). Hypnotic Realities. New York: Irvington; en Erickson, M. H. (1980). The Collected Papers of Milton H. Erickson on Hypnosis (E. L. Rossi, red.). New York: Irvington.
- Voor de afwezigheid van een afgebakende “onderbewuste opslagplaats” tegenover wél aantoonbare, verspreide onbewuste processen: zie Het onderbewuste bestaat niet — onbewuste processen wel; en breder Dehaene, S. (2014). Consciousness and the Brain. New York: Viking; en Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow. New York: Farrar, Straus and Giroux.
- Bandler, R., & Grinder, J. (1975). Patterns of the Hypnotic Techniques of Milton H. Erickson, M.D. (Vol. I). Cupertino, CA: Meta Publications. Dat dit een taalmodel is en geen onafhankelijk empirisch onderbouwd mechanisme, is een redactionele duiding.
- Toetsing als verdeelde processen — bron- en realiteitsmonitoring — in plaats van één faculteit: Johnson, M. K., Hashtroudi, S., & Lindsay, D. S. (1993). Source monitoring. Psychological Bulletin, 114(1), 3–28. De koppeling aan hypnose is een interpretatieve brug.
- De weging-in-plaats-van-uitschakeling-lezing binnen een voorspellend brein: Martin, J.-R., & Pacherie, E. (2019). Alterations of agency in hypnosis: A new predictive coding model. Psychological Review, 126(1), 133–152; en als neurocognitief kader Oakley, D. A., & Halligan, P. W. (2013). Hypnotic suggestion: opportunities for cognitive neuroscience. Nature Reviews Neuroscience, 14(8), 565–576.
- De cold-control-benadering: het gaat om de subjectieve ervaring van onwillekeurigheid, niet om werkelijk verlies van controle. Dienes, Z., & Perner, J. (2007). Executive control without conscious awareness: The cold control theory of hypnosis. In G. Jamieson (red.), Hypnosis and Conscious States. Oxford: Oxford University Press.
- “Critical factor” / “kritische factor” is geen gangbaar begrip in de moderne cognitieve psychologie; verwante functies worden beschreven als executieve/cognitieve controle en bron- of realiteitsmonitoring.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Pingback: Niet omzeild, maar herwogen -