Neuromythes

Neuromythes

Niet alle paniek komt uit de amygdala

Op het amygdala-artikel kwam een terechte vraag: en Jaak Panksepp dan? Panksepp scheidde wat LeDoux op één hoop gooide — FEAR (het amygdala-systeem) en PANIC (separatie-distress, via opioïden en oxytocine). Twee verschillende soorten ellende, twee verschillende circuits. Daarbovenop voerden de twee neurowetenschappers een diepere ruzie over de vraag of dieren überhaupt iets voelen. Een korte vervolgpost over die controverse, en wat eruit overblijft voor de praktijk.

Neuromythes

De amygdala krijgt veel te veel eer

In zelfhulpboeken en op LinkedIn is de amygdala een alarmbel die het bewuste denken passeert — angst zit “in het oerbrein”. Maar de neurowetenschap heeft dat beeld al een kwart eeuw verlaten. De amygdala doet ook positieve emoties en is voor paniek niet eens vereist, zoals patiënt SM zonder amygdala bewees toen ze in paniek raakte van kooldioxide. Wat populaire bronnen “neurokitsch” maakt, en wat dat betekent voor hypnose.

Neuromythes

Linker- en rechterhersenhelft: de mythe van het denktype

Je bent rechterhersenhelft, ik ben linker — vandaar de miscommunicatie. Het klinkt logisch en het verklaart conflicten netjes. Maar de neurowetenschap kent geen linkerbrein- of rechterbreinmensen. Een onderzoek onder ruim duizend mensen vond geen enkel bewijs dat iemand zijn ene hersenhelft als geheel sterker gebruikt. Lateralisatie bestaat wel, maar lokaal en per verbinding, niet als denktype. Dit artikel legt uit waar de mythe vandaan komt, waarom ze zo nuttig voelt in conflicten, en hoe je hetzelfde verschil tussen denkstijlen preciezer kunt benoemen — op een manier die ruimte laat voor groei.

Brein en bewustzijn, Neuromythes

Het ene wonder ingeruild voor het andere

Een hypnotherapeut die twintig jaar mensen naar vorige levens begeleidt, zegt zelf niet in reïncarnatie te geloven. Edwin Selij legt uit waarom — en nodigt uit het te onderzoeken. Onder die ene zin zitten twee beweringen verstopt: een verdedigbare over therapie, en een sprong over natuurkunde. Over een brein dat als radio afstemt op een tijdloos informatieveld, drie keer hetzelfde woord “informatie” dat drie verschillende dingen betekent, het verschil tussen informatie die behouden blijft en informatie die je kunt ophalen — en waarom dat radiomodel verdacht veel lijkt op een esoterisch idee van ruim een eeuw oud.

Neuromythes

Je brein kan wél verschil zien tussen fantasie en werkelijkheid

De populaire stelling dat het brein geen verschil ziet tussen fantasie en werkelijkheid is een neuromythe. Het brein gebruikt deels overlappende netwerken voor verbeelding en waarneming, maar onderscheidt ze actief via sensorische intensiteit en frontale controle. Het predictive coding-model biedt een preciezere verklaring voor hoe hypnose werkt: niet door het brein te misleiden, maar door de manier te beïnvloeden waarop het brein zijn eigen voorspellingen weegt.

Neuromythes

Onverwerkte babyreflexen verklaren leer- en gedragsproblemen?

Een steeds populairder verhaal in het therapeutische werkveld zegt dat veel klachten bij kinderen — en zelfs volwassenen — te herleiden zijn tot reflexen die nooit fatsoenlijk “geïntegreerd” zijn. De Moro-reflex die als baby was uitgedoofd zou bij die ene drukke leerling stiekem nog actief zijn. En er is een hele praktijk waar je dat kunt laten “uitzetten”. Klinkt mooi. Klopt het ook?

Neuromythes

Een zenuw die te veel belooft

De nervus vagus heeft de afgelopen jaren een opmerkelijke carrière gemaakt. Sinds Stephen Porges zijn polyvagaaltheorie lanceerde, is deze zwervende zenuw uitgegroeid tot een verklaringssleutel voor trauma, freeze-reacties en sociale verbinding. De theorie is populair — in therapeutenopleidingen, coachingstrajecten en wellnessblogs. Maar de anatomie klopt niet, de evidentie ontbreekt, en Porges schreef zelf dat zijn theorie niet bedoeld is om bewezen of weerlegd te worden. Dat is geen wetenschap. Dat is een verhaal.

Brein en bewustzijn, Hypnose uitgelegd, Neuromythes

Het onbewuste citatieverkeer

Een beroemd cijfer uit de populaire neurowetenschap — dat het onbewuste 11,2 miljoen bits per seconde verwerkt en het bewustzijn maar 60 — blijkt een stamboom te hebben die teruggaat tot een achterkant-van-een-envelop-berekening uit de jaren vijftig. Hoe een schatting via Nørretranders, Dijksterhuis, Szapora en Smit een wetenschappelijk feit werd.

Scroll naar boven