Het woord dat een ding wordt

Derde stuk in de reeks over therapeutees — het dialect van coaching en therapie waarin elke reactie als bevestiging telt.

Je koopt een nieuwe televisie. De een pakt meteen de afstandsbediening en begint te drukken — wat doet dit, en dit? De ander gaat eerst rustig het boekje lezen. Twee soorten mensen, en vrijwel iedereen herkent zichzelf in een van de twee. Tot zover een aardige observatie aan de rand van een verjaardag.

In een filmpje over NLP maakt Edwin Selij er iets anders van. Wie meteen drukt, heeft een “metaprogramma” dat neigt naar opties; wie het boekje leest, een dat neigt naar procedures. Het is een “filter,” legt hij uit — “zo filter jij je realiteit.” En in één zin is er iets veranderd. De neiging is een ding geworden dat je hébt.

Dit is reïficatie: het derde lemma in het woordenboek van therapeutees, en misschien het onzichtbaarste. Er wordt niets beweerd wat je rechtstreeks kunt betwisten; er wordt alleen een werkwoord tot zelfstandig naamwoord gestold. “Jij verkiest opties” — iets wat je doet — wordt “je hebt een optie-filter” — iets wat je bezit, en dat vervolgens verklaart waarom je doet wat je doet. De naam is de verklaring geworden van het gedrag dat hij enkel hernoemde.

Van doen naar hebben

Stephen Jay Gould gaf deze denkfout een naam: reïficatie, het omzetten van een abstractie in een entiteit — een ding met een bestaan van zichzelf, waar je vervolgens een plek in het brein voor gaat zoeken.¹ Hij ontleende de kern aan John Stuart Mill, die anderhalve eeuw eerder al opmerkte dat de neiging altijd sterk is te geloven dat alles wat een naam krijgt, ook een eigen bestaan moet hebben. “Intelligentie,” “het onbewuste,” “een metaprogramma”: zodra het zelfstandig naamwoord er is, gaan we het behandelen als een voorwerp dat ergens zit en iets doet. Het woord schept de indruk van het ding. Zie ook: Het onderbewuste bestaat niet

De denominalisatie die NLP vergat

Het aardige is dat NLP dit zelf weet. In The Structure of Magic, het grondboek van Bandler en Grinder, staat precies deze move beschreven — als fout. Ze noemen het nominalisatie: een proces dat tot een ding wordt gestold, “filteren” dat bevriest tot “een filter.” Hun toets is beroemd: wat je niet in een kruiwagen kunt leggen, is een nominalisatie. En hun voorgeschreven remedie is het woord terug te draaien naar een werkwoord, met wie en wat erbij: van “een filter” naar “wie filtert wat?”² Het model is er juist op gebouwd om zulke bevroren processen te ontdooien.

De metaprogramma-taal doet dan het omgekeerde van wat het eigen model voorschrijft. Ze bevriest een neiging tot een ding, en presenteert dat ding als vondst. De kaart begaat de fout die de kaart leert opsporen. En niemand illustreert dat scherper dan Selij zelf. Zijn eigen boek heet Je hebt het niet, je doet het, en gaat van kaft tot kaft over het terugdraaien van precies deze move: je hebt geen angst, je dóét je angst; geen probleem, je doet je probleem. Het zelfstandig naamwoord terug in het werkwoord, bladzijde na bladzijde. En dan, in een filmpje over metaprogramma’s, kantelt het de andere kant op — “jij verkiest opties” wordt “je hebt een filter.” Niet omdat hij het onderscheid kwijt is; hij schreef er een boek over. Maar omdat de taal sterker is dan wie haar spreekt. De reïficatie glipt naar binnen, zelfs langs wie de deur voor haar dichthield.

Software van de geest

Waarom overtuigt het toch? Omdat de woorden een architectuur meenemen. “Programma,” “filter,” “systeem” lenen het beeld van een computer die losse modules code draait, en ongemerkt wordt het brein die machine. De metafoor is een dode geworden — we horen haar niet meer als vergelijking — en wordt daarna letterlijk genomen. Je draait geen filter zoals een foto-app een filter draait. Het gezag komt van het beeld, niet van een bevinding. Zie ook: Het oog als orakel

De eerlijke neef

Hier moet het zuiver, want een patroon benoemen is niets mis mee. “Zij denkt graag in het groot, hij in stappen” is een handige beschrijving. Het wordt pas reïficatie wanneer de naam ophoudt te beschrijven en oorzaak gaat spelen — wanneer “ze heeft een optie-filter” wordt aangevoerd als de reden voor het gedrag dat het woord alleen maar hernoemde. De toets is circulariteit. Waarom pakt ze meteen de afstandsbediening? Haar optie-filter. Hoe weet je dat ze een optie-filter heeft? Ze pakt meteen de afstandsbediening. De cirkel sluit, en er is niets verklaard.

En — dit hoort er eerlijk bij — de onderliggende tip is het probleem niet. “Loop je vast in eindeloze mogelijkheden, breng structuur aan; zit je klem in een rigide stappenplan, verken opties” is prima huis-tuin-en-keukenwijsheid die voor veel mensen werkt. Selij maakt daar ook geen geheim van. Toen ik onder het filmpje de kanttekening plaatste dat de reguliere psychologie dit filter-model niet kent,³ was zijn antwoord ontwapenend eerlijk: de rest mogen de neuronerds uitzoeken. Daar zit geen pretentie in. Voor hem telt of het werkt, niet welk mechanisme het verklaart. Zie ook: De fout die zichzelf onderwijst

En dat is precies het punt van deze reeks, en van de site. Dat iets werkt, zegt niets over waaróm. De tip kan helpen zonder dat er een filter bestaat. De reïficatie zit niet in de raad, maar in de verpakking: de bruikbare, alledaagse tip aangeboden als een ontdekking over hoe jouw geest de werkelijkheid verwerkt. Trek het naamplaatje eraf, en de tip staat er nog, even nuttig. Alleen de ontdekking is weg.

Je had geen filter. Je hield van opties — en dat was genoeg.

Het ding in je hoofd is er nooit geweest. Er was alleen een woord dat deed alsof.

Bronnen

  1. Gould, S. J. (1996). The Mismeasure of Man (herz. editie). New York: W. W. Norton. (Oorspr. 1981.) Het reïficatie-begrip; Gould ontleent de kern aan John Stuart Mill.
  2. Bandler, R., & Grinder, J. (1975). The Structure of Magic I: A Book About Language and Therapy. Palo Alto: Science & Behavior Books. (Nominalisatie en de-nominalisatie.)
  3. Witkowski, T. (2010). Thirty-Five Years of Research on Neuro-Linguistic Programming. NLP Research Data Base. State of the Art or Pseudoscientific Decoration? Polish Psychological Bulletin, 41(2), 58–66.
  4. Selij, E. (2021). Je hebt het niet, je doet het. Amsterdam: Van Duuren Media.

Ontdek meer van

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

1 gedachte over “Het woord dat een ding wordt”

  1. Pingback: De diepte die geen diepte is -

Geef een reactie

Scroll naar boven