De diepte die geen diepte is

Tweede stuk in de reeks over hypnosetechnieken — wat ze aantoonbaar doen, en welk mechanisme-verhaal eromheen hangt.

“Tien. Negen. Met elke tree die je afdaalt, zak je dieper. Acht, zeven…” De stem telt af, en de cliënt ziet een trap voor zich: een afdaling, een onderkant die ergens wacht. Bij “één” is hij diep onder — dieper dan bij vijf, veel dieper dan bij tien. Zo voelt het, en zo wordt het genoteerd: een getal, een niveau, een plek op een schaal.

Dit is de verdieping, de techniek die op de inductie volgt, en ze belooft iets heel concreets: een dimensie waarlangs je afzakt. In het vorige stuk bleek de inductie geen schakelaar. Hier blijkt de diepte geen diepte — althans niet de diepte die het woord suggereert.

De belofte van de trap

“Dieper” roept een meetbare afdaling op. De trap, de lift, het aftellen — allemaal lenen ze het beeld van verticale ruimte. Lichte trance, medium, diep somnambulisme: niveaus, alsof je op een ladder staat en tree voor tree zakt. De metafoor is zo vanzelfsprekend dat we vergeten dat het een metafoor is. En zoals bij elk woord dat een ding wordt, gaan we de diepte behandelen als iets wat er is, met een boven- en een onderkant.

Waar is de meter?

Hier wringt het, want er is geen meter. Voor hypnotische diepte bestaat geen directe, onafhankelijke maat. Tart, die een van de bekendste diepteschalen bouwde, zei het zelf onomwonden: diepte is een theoretisch begrip waarvoor geen directe metingen bestaan; het weerspiegelt zich enkel in hoe iemand reageert en wat hij rapporteert.¹ Hoe wordt diepte dan gemeten? Door het te vragen. Je noemt een getal. En dat getal hangt sterk samen met je gedrag — maar dat is de hele maat. Er is geen naald die uitslaat los van jouw verslag en jouw reageren.

De cirkel

Daarmee wordt het rond. “Dieper” wordt in de praktijk gedefinieerd als: meer reageren op suggesties. En meer reageren geldt als bewijs dat je dieper zit. De dieptescores lopen zo dicht tegen de suggestibiliteitsscores aan dat onderzoekers vaststellen dat ze grotendeels hetzelfde meten.² De meetlat is dus gemaakt van datgene wat ze meet. “Waarom reageert ze zo goed? Ze zit diep onder. Hoe weet je dat ze diep onder zit? Ze reageert zo goed.” De trap meet zichzelf. En het verslag buigt mee met wat verwacht wordt: hoor je dat dit een verdieping is, dat je met elke tree verder zakt, dan rapporteer je verder te zakken — de verwachting kleurt precies de meting die er los van zou moeten staan.³

Fractionatie, en wat ze echt doet

Neem de duidelijkste verdiepingstechniek. Fractionatie — rond 1890 beschreven door de Duitse hypnotiseur Oskar Vogt — haalt iemand uit de hypnose en er meteen weer in, keer op keer, “elke keer dieper.” En het werkt: de ontvankelijkheid en de gerapporteerde diepte gaan betrouwbaar omhoog. Maar kijk hoe de verdedigers het zelf uitleggen. Twee principes, zeggen ze: een hypnotische taak uitvoeren maakt je er beter in, en één suggestie aannemen maakt je opener voor de volgende. Haal het jargon weg en dat is oefening plus een groeiende bereidheid om mee te gaan — precies wat je van herhaling en verwachting zou verwachten. Er zit geen afdaling in. De persoon zakt niet; hij raakt geoefender in, en zekerder van, het meegaan. Het bewijs voor een aparte diepere toestand die fractionatie bereikt, is mager. Het bewijs dat herhaling en verwachting de ontvankelijkheid verhogen, niet.

Wat “dieper” wél is

Zoals bij de inductie: “geen meter” is niet “niets.” Verdiepingsprocedures doen iets echts. De betrokkenheid stijgt, de absorptie stijgt, de ontvankelijkheid stijgt, en de ervaring wordt vaak rijker en moeitelozer. Dat is meetbaar en herhaalbaar, en voor een cliënt kan het schelen — de sessie loopt beter. Wat er niet is, is de verticale as: niemand zakt langs een streep een aparte, diepere toestand in. “Diep” is een woord voor hoe volledig iemand opgaat in de ervaring en hoe vlot hij reageert — geen plek waar hij aankomt. (Zie ook: Het doorzichtige glas en Hypnobo)

Terug naar de trap. Er was geen onderkant, want er was geen trap. Je zakte niet af; je ging vollediger op in wat er al was — geboeider, ontvankelijker, met minder moeite. Het aftellen hielp, niet doordat het je ergens naartoe bracht, maar doordat je verwachtte dat het dat zou doen.

De trap was een beeld, geen ladder. Er was geen onderkant om te bereiken — alleen een overgave, die we diep zijn gaan noemen.

Bronnen

  1. Tart, C. T. (1970). Self-report scales of hypnotic depth. International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, 18(2), 105–125.
  2. Wagstaff, G. F., Cole, J. C., & Brunas-Wagstaff, J. (2008). Measuring hypnotizability: The case for self-report depth scales and normative data for the Long Stanford Scale. International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, 56(2), 119–142.
  3. Kirsch, I. (1985). Response expectancy as a determinant of experience and behavior. American Psychologist, 40(11), 1189–1202.

Ontdek meer van

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Scroll naar boven