De verklaring die nooit ongelijk krijgt

Eerlijk over hypnose — deel 2

De sessie heeft niets gedaan. Een week later zit de cliënt weer in de stoel en meldt dat er niets is veranderd. De behandelaar knikt begrijpend. “Er zat nog te veel weerstand,” zegt hij. “Je was er nog niet aan toe.” De cliënt knikt terug, boekt een vervolgafspraak en loopt de deur uit — niet met een methode die tekortschoot achter zich, maar met een zelf dat tekortschoot in zich. Het lag aan hem.

Dat is een opmerkelijke beweging, en het loont om haar te vertragen. Want let op wat er net gebeurde: de methode kwam ongeschonden uit een mislukking, en de rekening werd bij de cliënt gelegd.

Kop ik win, munt jij verliest

De frases zijn bekend en wisselen per stroming. “Er zat nog weerstand.” “Je was er nog niet klaar voor.” “Je onbewuste beschermt je nog.” “Je moet er meer voor openstaan.” “Het werkt op een dieper niveau dat je nu nog niet merkt.” En de variant die we in deel 1 al tegenkwamen: de echte oorzaak is blijkbaar nog niet gevonden.

Wat ze gemeen hebben is geen inhoud maar een vorm. Lukt de behandeling, dan was het de methode. Lukt ze niet, dan lag het aan de cliënt — aan zijn weerstand, zijn gereedheid, zijn geloof, zijn ontvankelijkheid. Succes bevestigt, mislukking bevestigt evengoed. Een systeem dat elke uitkomst opslokt, voorspelt er geen enkele. Dat is de kern van het probleem, en niet de afzonderlijke woorden.

Niet elke aanpassing is immunisatie

Hier ligt een valkuil die het verwijt kan ondermijnen. Het luie verwijt luidt: dit is onfalsifieerbaar, dus pseudowetenschap. Popper zette het scherp neer — een theorie die niets verbiedt, verklaart niets.1 Maar dat naïef toepassen gaat mis, want élke wetenschap leunt op aanvullende verklaringen wanneer een voorspelling niet uitkomt. Een afwijkende meting betekent niet meteen dat de hele theorie valt; vaak klopte er iets aan de opzet. Dat is normaal werk, geen bedrog.

Lakatos bracht het onderscheid aan dat hier telt.2 Een aanpassing kan progressief zijn — ze levert nieuwe, toetsbare voorspellingen op — of degeneratief, en dan beschermt ze alleen de kern zonder dat er iets nieuws uit volgt. De beslissende vraag is daarom niet of er een aanvullende verklaring komt, maar wanneer. Een claim die vóór de uitkomst wordt gedaan, is een voorspelling. Diezelfde claim die pas ná de mislukking opduikt om de methode te redden, is immunisatie. Het verschil zit in de volgorde, niet in de woorden.

Wanneer weerstand een vluchtroute wordt

Dat onderscheid redt wat aan deze begrippen wél klopt. Hypnotiseerbaarheid varieert tussen mensen en is een opvallend stabiele eigenschap — over een interval van 25 jaar bleef ze in onderzoek vrijwel onveranderd.3 Wie die ontvankelijkheid vooraf meet en zegt dat een laag-hypnotiseerbare cliënt minder respons zal geven, doet een nette voorspelling. Dezelfde zin, opgediept ná de mislukking en zonder dat er ooit iets is gemeten, is een vluchtroute.

Met gereedheid is het net zo. Ambivalentie en fasen van verandering bestaan werkelijk; mensen zijn niet altijd op hetzelfde moment toe aan dezelfde stap.4 Maar als “je was er nog niet aan toe” alleen verschijnt om een teleurstelling te verklaren, en nooit als hypothese vooraf, dan is het geen klinisch inzicht maar een universele pleister. De toets is steeds dezelfde: lag het criterium vast vóór de uitkomst? Weerstand die in de intake wordt benoemd, is een voorspelling. Weerstand die pas in het evaluatiegesprek wordt ontdekt, is een excuus.

Wie de schuld krijgt

De prijs hiervan is drievoudig, en loopt op. De behandelaar leert niets. Een methode die niet kan falen, kan ook niet verbeteren; de terugkoppeling die elk vak nodig heeft, is doorgesneden, want elke uitkomst telt als bevestiging.

Erger is waar de schuld landt. Iemand die kwetsbaar binnenkwam, vertrekt met een tekort erbij: je bood weerstand, je was er niet klaar voor, je geloofde niet genoeg. Dat is niet neutraal. Het voegt schade toe aan de persoon die juist om hulp kwam, en het doet dat met het gezag van de behandelaar erachter.

En het rechtvaardigt eindeloze voortzetting. Is de oorzaak nog niet gevonden, dan volgt er nog een sessie; zat er weerstand, dan moet die er eerst uit. Zo houdt de verklaring de cliënt aan de stoel — hetzelfde mechanisme dat regressie zo hardnekkig maakt, nu in het algemeen. Zie Een zenuw die te veel belooft

Het is goed om te zien dat dit niet aan hypnose kleeft, maar aan een houding. Ook het debat over hóé hypnose werkt is nog open, en dat is eerlijk benoemd geen schande (zie Hypnose werkt. Maar hoe?). Het verschil zit tussen een open vraag die als open wordt erkend, en een gesloten systeem dat elke uitkomst gelijk geeft.

De uitweg is eenvoudig en ongemakkelijk tegelijk. Zeg vooraf wat zou tellen als bewijs dat de methode niet werkt, en aanvaard dat antwoord wanneer het komt. Een criterium dat van tevoren vastligt, maakt van elke uitkomst informatie in plaats van bevestiging. Een therapie die kán falen, is de enige die je kunt vertrouwen — want een verklaring die nooit ongelijk krijgt, heeft ook nooit gelijk hoeven verdienen.

Bronnen

  1. Popper, K. R. (1963). Conjectures and Refutations: The Growth of Scientific Knowledge. London: Routledge & Kegan Paul.
  2. Lakatos, I. (1970). Falsification and the methodology of scientific research programmes. In I. Lakatos & A. Musgrave (red.), Criticism and the Growth of Knowledge (pp. 91–196). Cambridge: Cambridge University Press.
  3. Piccione, C., Hilgard, E. R. & Zimbardo, P. G. (1989). On the degree of stability of measured hypnotizability over a 25-year period. Journal of Personality and Social Psychology, 56(2), 289–295. https://doi.org/10.1037/0022-3514.56.2.289
  4. Prochaska, J. O. & DiClemente, C. C. (1983). Stages and processes of self-change of smoking: Toward an integrative model of change. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 51(3), 390–395. https://doi.org/10.1037/0022-006X.51.3.390

Ontdek meer van

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Scroll naar boven